aanbrengen. Vele schutters schijnen naar de woorden van den Kapitein te luisteren.
Door een kruisvenster, waarvan een raam openstaat, zijn twee gevels met steenen schapen er op, en eenige boomen zigtbaar; een van deze huizen is thans het Odeon.
Op de tafel met een breed kleed met franje en een tafellaken gedekt, zijn vele glazen, borden, messen en onderscheiden spijzen geplaatst. In den linkerhoek van de schilderij staat een sierlijk koperen koelvat met eene tinnen wijnflesch er in en weelderige wijngaardranken er overheen geslingerd. Midden op den voorgrond ligt de trom, en tusschen een over het vel gespannen koord, is een stuk papier gestoken, waarop geschreven is:
| “Bellona walgt van Bloed en Mars vervloekt het daveren, “Van ’t zwangere metaal, het zwaard bemind de schêe, “Dies bied de dappere Wits aan d’edele van Waveren “Op ’t sluiten van ’t verbond, de hooren van de vrêe. | |
| jan vos. | |
| Gemerkt: |
Gegraveerd in het kabinet van le Brun, door Patas.
Gelithographiëerd door van Loo.
Gegraveerd op een achtste deel der grootte van de schilderij, naar eene teekening van H. W. Couwenberg, uit het Kabinet van den Heer J. Moyet, door J. W. Kaiser. Uitgegeven bij Frans Buffa & Zonen, te Amsterdam, 1855.
Bij deze schilderij behoort een bord, waarop de namen voorkomen van:
| Cornelis Jan Wits, Capiteijn. Johannes van Waveren, Luytenant. Jacob Banning, Vaandrich. Dirk Claesz Thoveling, Sergeant. Thomas Hartoch, Sergeant. |
|||
| pieter van hoorn. willem pietersz van der voort. adriaen dirk sparwer. hendrik calaber. |
jan van ommeren. isaac oyens. geurt pietersz anstenraat. herman teunisz de kluyt. andries van anstenraat. christoffel poock. hendrik dommer wz. | ||