boorden mantel om, eenen grooten, rijk versierden tulband met een kroontje op het hoofd, en den schepter in de hand, zijne bedienden bevelende den onwaardigen gast, die reeds gebonden is, uit te werpen. In den achtergrond zitten verscheidene gasten aan den disch, bij welke men eene gekroonde bruid onderscheidt. Achter den gastheer staan twee knapen en draagt een bediende de spijzen aan; op den voorgrond is een rond tafeltje met een blaauw gestreept kleed, waarop een verguld zilveren waterschotel met een kannetje er in staat.
GERARD HOET.
Geboren te Bommel 1648—1733 te ’s Gravenhage overleden.
Leerling van Warnard van Rijsen.
H. 34. B. 44. P. Fh. 10.
Op den voorgrond zitten twee vrouwen, terwijl eene derde met een zittend jongman staat te spreken; alle zijn weinig of niet gekleed; het landschap vertoont verder eenen, met bouwvallen bedekten, heuvel.
| Gemerkt: |
Kabinet van heteren.
H. 34. B. 44. P. Fh. 10.
Ter linkerzijde zitten drie vrouwen, terwijl ter regter eene vierde met eenen jongeling wandelt. De figuren zijn bijna naakt. In den achtergrond een meertje bij eene ruine en een bergachtig verschiet.
| Gemerkt: |
Kabinet van heteren.
H. 31. B. 40, P. Fh. 17.
Voor een altaar aan den voet van het beeld der godin Juno, wordt door eenen priester het huwelijk voltrokken tus-