H. 106. B. 87. B. Fh. levensgroot.
Een man, met losse krullen en langen baard, ziet met een vrolijk gelaat door een venster, waarvan hij de gordijn wegschuift. In een groen en wit gestreept satijnen buis gekleed, eene muts met roode, witte en blaauwe vederen op het hoofd, heeft hij eene viool in de eene en eenen gevulden roemer in de anders hand.
Verkooping Gravinne van Moens, 1803, te Amsterdam. ƒ 500.
PIETER DE HOOGE.
Leerling van nicolaas berchem.
H. 42. B. 33. P. Hoofd. h. 11.
Met eenen loshangenden, lakenschen mantel over den schouder en eenen platten linnen kraag om den hals, houdt hij palet en penseelen in de linkerhand.
| Gemerkt: | ||
| Ætatis 19 |
Gekocht in publieke verkooping te Amsterdam.
H. 65. B. 59. D. Fh. 33.
In een portaal of kelderkamer, bevloerd met gele en blaauwgroene verglaasde estrikken, komt uit den kelder eene vrouw, die aan een meisje een bierkannetje overhandigt. De vrouw is gekleed in een bruinachtig rood jak met grijze mouwen, eenen opgeslagen zwarten rok en blaauwen, wollen onderrok; het meisje draagt een grijs kleedje met looze mouwen op de schouders, zilveren knoopjes en blaauwe nestels; en heeft een geborduurd kapje op. Ter linkerzijde is de opene ingang van den kelder, waar een vat bij een venstertje staat. Aan de regterzijde ziet men, door eene geopende deur, in een opkamertje, met blaauw- en wit-marmeren steenen bevloerd. Op een houten zoldertje staat een stoel met een kussen, en aan den want hangt een manspor-