80
GERARD DE LAIRESSE.
Geboren te Luik 1640—1711 te Amsterdam overleden.
Leerling van zijnen vader renier de lairesse.
H. 286. B. 215. D. Fh. 10. levensgroot.
In het graauw geschilderde allegorie. — Op eenen troon zit eene vrouw in vorstelijk gewaad, met eenen bal onder den voet, den helm op het hoofd, en de hand op een zwaard. Achter haar zweeft de overwinning; bij haar staat de vrede. Een Romeinsch soldaat voert drie overwonnenen aan hare voeten. Links leunt eene vrouw op eenen pijlbundel. Op den voorgrond een riviergod, met den rug naar den aanschouwer gekeerd. In den achtergrond een muur en eene poort met bas-relief.
H. 286. B. 215. D. Fh. levensgroot.
Tegenhanger; even als de vorige in het graauw geschilderd. De vrouw in vorstelijk gewaad op de vorige schilderij op den troon zittende, wordt door eenen krijgsman beleedigd, en ligt ter aarde bij den verbroken pijlbundel. Eene andere, minder edele vrouw wordt op den troon geplaatst. Achter haar ziet men de ijdelheid, den nijd en het woeste geweld.
H. 122. B. 90. D. Hoofd v. Mars 10.
Cupido wil Venus den helm van Mars, die haar eenig tooisel uitmaakt, van het hoofd nemen. Mars, geharnast, houdt haar in zijnen arm gesloten, en verwijdert met zijne hand eene licht blaauwe, op hare knie liggende, draperie.
H. 129. B. 93. D. Hoofd v. Mars 10.
Venus ligt geheel ontkleed op een rustbed met haren arm om den hals van Mars geslagen, die bij haar zit, met eenen geel lederen wapenrok aan en eenen grijzen mantel