Naar inhoud springen

Pagina:Beschrijving der schilderijen op 's Rijks Museum te Amsterdam (1858).pdf/99

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
81
81
gerard de lairesse.

om. Cupido heeft den helm van Mars op het hoofd, zijn zwaard aan eenen bandelier op zijde en zijne speer in de hand. De zwevende Mercurius komt Venus eene verontrustende boodschap brengen.

      Gemerkt:


N°. 176.
N°. 176.
Diana en Endymion.

H. 170. B. 116. D. Hoofd v. Diana 15.

      Diana wordt, slechts met eenen sluijeren een half maantje op het hoofd, een parelsnoer om den hals en eene lichtgrijze, losse draperie over de heup, op de wolken geleid, en ondersteund door Cupido, die met eene brandende fakkel in de linkerhand haar den slapenden Endymion wijst, hij ligt op den voorgrond, in de schaduw, met de hand onder het hoofd, en met witte en roode draperien los omgeven. Het tafereel is in een bosch op eenen berg geplaatst, de achtergrond vertoont een landschap. Diana en Cupido zijn sterk verlicht door de zon en de maan, die voor elkander, achter in de schilderij, geplaatst zijn.



N°. 177.
N°. 177.
Seleucus, afstand doende van zijne magt ten behoeve van zijnen Zoon Antiochus.

H. 31. B. 46. P. Fh. 20.

      Seleucus staat, in een der vertrekken van het paleis, bij het prachtige ziekbed, waarop Antiochus met bloote schouders en voorover gebogen zit, zijne vrouw is naast hem in het midden van het schilderstuk, gekleed in wit satijn, met eenen hoog geel satijnen, met hermelijn gevoerden, mantel, waarvan de slip door een jeugdig meisje wordt gedragen. De arts en eenige vrouwen, benevens een knaapje met een reukvat zijn in de nabijheid, terwijl achter het bed nog een persoon staat.

      Gemerkt:

      Kabinet van heteren.


6