Naar inhoud springen

Pagina:Beschryving van Oud-Groenland.djvu/190

Uit Wikisource
Deze pagina is niet proefgelezen
138
Beschryving van Oud-Groenland, of eigentlyk

Is moeyelyk uit te fpreken.

De uitſpzaak van der Inboorlingen taal/ is zwaar en morÿelijk om datze zeer ras en in de keel gefozmeert wozd. Dooz het gansche land wozd een en dezelve taal geſpzoken / doch de uitspzaak verschilt hier en daar/ als verscheide dialecten/ vooznamentlik in de zuidelÿjkſte ge- deeltens of districten/ daarze veele vzeemde woozden die in de Noorfche landen niet in gebzuik zÿn/ overgeno- men hebben. Wat aanbelangt de Angekots, of God- geleerden/ dezelve hebben een taal op zich zelven/ als 3º hunne bezweeringen doen/ want als dan bedienen zp zich van verbloemde spreekwijzen en de woozden in een oneigentlijken zin. Ook heeft de vzouwlijke sere een afzonderlijke uitspraak die haar maar alleen eigen is/ en van die der mannen verschilt / gebzuikende de zachtſte letters aan 't end der woozden/ in plaats van harde/ als by voozbeeld Am, voo? Ap, dat is Ja. Sa- ving, 0002 Savik, een Mes. Hunne taal ontbreekt in 't algemeene de letters c, d, f, q, x. Daarenboven hebbenze veel dubbelde en onbekende consonanten / 't welk oozzaak is dat vccle van hunne woozden niet konnen gespelt wozden/ zoo als zy ze uitspreken. Dooz 't overige zijn hunne uitdzukkingen zeer natuurlijk en gemakkelijk en hunne constructien en zamenstellingen der woozden 300 fraai / keurlijk en regulier/dat men zoo veel van zoo een onbeschaafde angeletterde natie niet zoude verwachten. Hunne taal is zeer woozdenrijk / en

van zodanigen kracht en nadruk/ datmen dikwyls ver-

legen