Naar inhoud springen

Pagina:Beschryving van Oud-Groenland.djvu/90

Uit Wikisource
Deze pagina is niet proefgelezen
54
Beschryving van Oud-Groenland, of eigentlyk

ZESDE HOOFDSTUK.

Van de Zee-dieren, Zee-vogels en Viffchen.

Verscheiderhande walvisschen.

Gevinde Walvisschen

Andere Walvisschen, die de beste baarden uitleveren.

DE LEE Zee ig in dit gewest zeer rijh in allerfan- be dieren/ en vifieben/ ban peluelhen de Walbvifeh de kroon boben alle spant. De- felve ig van berfeheiderhande foozt / gedaan- te en grostte. Sommige twoden genaamt Gebinde Walviffcehen/ na de binnen/ diefe Sp den fiaart op den rug hebben / maar deze wo2den niet eel ge-z forht/ om datze Wweinig fpelk uitleberen / *t well noch Daarenboben ban het flecht(te foo ig; 3p hebben niet anders Dan mager bleefch / senulwen en beenderen/ lang / rony/ rank/ dun en (pichtig/ en seer gebaarlijk / flaanz be berfeheikkelph met den ftaart/ 300 dat niemand luft Heeft/ her te naderen/.of te vangen. De Inboorlingen maken beel tuerk ban Hen / om bun bleefch/ ‘t welk by ben booz cen lekkernp gehoubden two, De andere Walviffchen worden meefi gevangen om hun fpelt en baarden. Bese berfebhillen ban de eerfie foogt daarin/

dat sp geen binnen op Den rug na den ftaart toe beb-

ben/