Naar inhoud springen

Pagina:Bosboom-Toussaint, De vrouwen van het Leycestersche tijdvak eerste deel (1886).pdf/320

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

betracht worden, zal orde en eenigheid in dit benarde land kunnen herleven. Wij plachten een naam te hebben van eerlijkheid en goede trouw ."

»Hoe we daar toch aan gekomen zijn, in ’t stuk van politiek? En nu in onzen tijde zijn daar wel velen bezig dien te verliezen."

»Hoe valt ge dus ons land en landaard tegen."

»Ganschelijk niet; alleen ik houde niet van prijzen waar geen lof is, en zooals ik straks zeide: die een visch wil vangen, moet netten uitspreiden. Dit te doen is goed, alleen men roeme zich dan geen simpel lam. Als de zaken zóó staan, ware ’t beter, dat de Graaf niet keerde, en dat men het tractaat met de Koningin met dier goedvinden te niete deed."

»Dat laatste verhoede God! Van ’t eerste spreek ik niet. We kunnen de bescherming eener Souvereine niet missen, al ware ’t slechts voor den uiterlijk en schijn. Al doet ze hier niets, dan doet ze toch veel, terwijl zij anderen verhindert, ietwes te doen. Eene doode poes is een schrik voor de muizen, en een ratelende stroopop houdt de vogelen buiten ’t koren, of van ’t aas. Indien Elisabeth ons niet meer beschermt, vallen wij terug tot den toestand van oproerige onderdanen, waarvan de Unie der Provinciën ons voor ons zelve heeft opgeheven, doch voor het buitenland is dat niets."

»Och, dat het Graafschap nog onder Prins Willem ware vastgemaakt op het edele huis van Oranje!" sprak Foeck smartelijk.

»Dan zeker ware het wat anders," hernam de andere meesmuilende; »maar… nu is dat niet."

»’t Is dan daarom, dat de Staten doorgaand zoo ootmoedig smeeken…"

»O wel zeker! in gebogen houding, met gevouwen handen, die zij echter thuis weer opheffen, om als meesters te gebieden. Aanbieden zullen zij altijd, maar geven — nooit. En dat moeten ze ook niet, en boven alles niet geven aan Leycester; daarom