de vergetelheid van het verdriet houden voor het wegnemen van het verdriet, zich meer en meer toegaf aan eene treurige gewoonte, hem vroeger niet vreemd, en in het gebruik van zijnen tijd misschien te verontschuldigen. Bij feestmalen, die hij vaker en prachtiger aanrichtte, dan de rouw van het Sticht dat misschien gehengde, dronk hij zich duizeling en vergetelheid bij het lustig rondgaan van schenkkan en beker. Op eenen der eerste dagen van April had hij, in gezelschap van eenige Utrechtenaars, op nieuw aan die overmatige gastmaalsplengingen toegegeven, en des anderen daags, zooals in zijn karakter lag, zich schamende over zijne zwakheid en ontevreden over zijne weinige zelfbeheersching, had hij verfrissching gezocht en helderheid van geest in de vrije lucht, tegen de dampen van het gastmaal en de nevels van den roes. Onverzeld wandelde hij rond in zijn Wijker bosch, waar reeds menig boomknopje en menig heester eenen aanvang toonde van bloei. Die eenzaamheid in Gods schoone Schepping, die altijd uitlokt tot ernstige overdenkingen, vooral na de bewustheid van eene fout; die wandeling, waarbij de mensch Philips alléén was met zijnen God, afgescheiden van alles, wat den Prinselijken Bisschop hinderen kon tot zich zelven in te keeren, en tot hem te gaan, mocht zijner ziel voordeelig zijn geweest, zijn verzwakt lichaam was zij tot schade. De scherpe voorjaarskoude viel fel neder op de borst, die hij bij een openhangend kleed bloot droeg, of met een fijn plooihemd licht gedekt. Reeds terstond bij zijne terugkomst op het Slot voelde hij er de ongunstige uitwerking van, zelfs zóó, dat hij zich genoodzaakt zag het rustbed te kiezen voor den staatszetel, van waar hij de belangen van het Sticht had moeten regelen. De geneesheeren erkenden die plotselinge ongesteldheid als eene zeer gevaarlijke; en Philips zelf verblindde zich niet over haren aard. Hij nam die waarheid aan met de gelatenheid van een goed Christen, misschien met de dankbaarheid van een moede, die, dicht bij zich, plotseling eene schuilplaats ziet. Als van zelve leidde de gedachte van den dood hem op het punt van verzuimde plichten, en zoo ook trad Paul voor zijnen geest: Paul, een onschuldige, dien hij alleen uit staats-
Pagina:Bosboom-Toussaint, Het huis Lauernesse (1885).pdf/338
Uiterlijk