Naar inhoud springen

Pagina:Brehm, Het Leven der Dieren (vert. Huizinga 1920).pdf/121

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

Vele soorten van Maki’s worden dikwijls naar Europa overgebracht en houden het in de gevangenschap lang uit. Dit bewees b.v. een Vari, die 19 jaar te Parijs in leven bleef. De meeste worden spoedig tam en aan den mensch gehecht. Hun voeding levert geen bezwaren op, daar zij schielijk aan allerlei spijzen gewend geraken. Gewoonlijk nemen zij het voedsel met de voorhanden aan; soms echter vatten zij het direct met den mond op. Als zij zich wel gevoelen, geven zij door een knorrend geluid hun tevredenheid te kennen; in den regel zingen zij zich op deze wijze in slaap.

Buffon bezat een mannelijke Maki, die door zijne behendige, snelle en sierlijke bewegingen de toeschouwers vermaakte, door zijne onzindelijkheid en uitgelatenheid echter even dikwijls lastig werd. Voor koude en vochtigheid was hij zeer bang; hij bleef daarom gedurende den winter altijd in de nabijheid van het vuur, en ging er ook vaak rechtop bij staan, om zich beter te kunnen warmen.

Vari (Lemur varius) ½ van de ware grootte

De Maki, die zoo lang in den Parijschen dierentuin geleefd heeft, hield evenveel van ’t vuur en plaatste zich geregeld in de onmiddellijke nabijheid van den haard; zelfs hield deze arme bewoner van een tropisch gewest, niet alleen de handen, maar ook het gelaat zoo dicht bij de vlam, dat hij zich meer dan eens den snorrebaard gezengd heeft. Hij was zindelijk, glom over zijn geheele lichaam, en paste zorgvuldig op, dat hij zijn vacht niet vuil maakte. Bovendien was hij even druk en beweeglijk als nieuwsgierig. Hij onderzocht alle dingen, maar smeet ze tevens om, of verscheurde ze en verspreidde ze over den grond. Voor alle personen die hem liefkoosden, was hij vriendelijk; ook bij wildvreemde menschen sprong hij zonder complimenten op den schoot.

*

Terwijl de Maki’s alle zonder uitzondering, althans op sommige tijden van den dag, een groote werkzaamheid en beweeglijkheid aan den dag leggen, onderscheiden de Lori’s (Stenops) zich door tegenovergestelde eigenschappen. Zij zijn in zekeren zin de Luiaards van deze orde, en worden daarom ook wel “Luie Apen” genoemd. Deze groep omvat kleine, sierlijke Halfapen met schraal, staartloos lichaam, grooten, rondachtigen kop en dunne, slanke ledematen, waarvan het achterste paar iets langer is dan het voorste. De snuit is spits, maar kort; de ooren zijn middelmatig groot en behaard. Aan de handen is de wijsvinger zeer verkort, de vierde vinger echter verlengd en de vijfde met een scherpen en langen klauw voorzien.