dieren en Vogels, die zij bemachtigen kan, sluipend te naderen of te verrassen. Men zegt, dat vogeleieren haar lievelingskost zijn, en dat zij zeer ervaren is in het opsporen der nesten, waartoe zij zelfs in de boomen klimt. In geval van nood eet zij ook Amphibiën, ja zelfs vruchten en wortels.
Men houdt dit dier opgesloten in stallen of kooien, die zoo ingericht zijn, dat men gemakkelijk het civet kan verkrijgen; hiertoe wordt het dier met een touw vastgebonden aan de staven van de kooi; met de vingers wordt de klierzak omgekeerd en de klieren, welker afscheidingsproduct door vele openingen in dezen zak uitmonden, uitgedrukt. In den regel geschiedt dit twee maal per week; de opgaven omtrent de hoeveelheid civet, die men hierdoor verkrijgt, loopen zeer uiteen. In verschen toestand is het civet een witte schuimachtige stof, die later bruin wordt en iets van haren fijnen geur verliest. De beste soort is, naar men zegt afkomstig van de Aziatische Civetkat, en wel van het eiland Boeroe, een der Molukken. Het Javaansche civet heet ook nog beter te zijn dan het Bengaalsche en Afrikaansche. Tegenwoordig is de handel in dit artikel aanmerkelijk verminderd, daar de muscus meer en meer boven het civet wordt verkozen.

Afrikaansche Civetkat (Viverra civetta).1/6 v.d. ware grootte.
Alpinus zag in Kaïro bij verscheidene Joden Civetkatten in ijzeren kooien. Men gaf dezen dieren niet anders dan vleesch te eten om te maken, dat zij de grootst mogelijke hoeveelheid civet afscheiden en goede rente opleveren zouden. In zijn tegenwoordigheid werd van deze dieren civet verkregen; voor 1 drachme moest hij 4 dukaten betalen. In vroegeren tijd werden ook te Lissabon, Napels, Rome, Mantua, Venetië, Milaan, verscheidene Duitsche steden en vooral ook in Nederland met het genoemde doel Civetkatten in gevangenschap gehouden. Jong gevangen dieren verdragen het verlies van hun vrijheid veel beter, dan exemplaren die op lateren leeftijd buit gemaakt zijn en worden weldra zeer tam en aan den mensch gehecht. De sterke muscusreuk, die deze dieren verbreiden, is voor menschen met zwakke zenuwen bijna onverdraaglijk.
Bijna alles wat van de vorige soort gezegd werd, geldt ook van de echte of Aziatische Civetkat (Viverra zibetha), die in Indië Bagdos, Bhran of Khatas wordt genoemd, en lang voor een verscheidenheid van de Afrikaansche soort gehouden werd. Zij verschilt van deze echter niet alleen door de kleur en de vlekkenteekening, maar in vele opzichten ook door de gedaante. Haar kop is spitser, haar romp schraler, hare ooren zijn langer, en van manen is bij haar niets te bespeuren. Haar grondkleur is dof