Naar inhoud springen

Pagina:Brehm, Het Leven der Dieren (vert. Huizinga 1920).pdf/218

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

haren, die gedurende den strijd overeind staan, en zijn dikke huid het voor de Slang veel moeielijker hem haar gif in te enten; wanneer haar dit echter gelukt, sterft de Mungo er aan, evenals ieder ander dier, hoewel bij hem, naar het schijnt, de verschijnselen langzamer optreden dan bij andere, even groote Zoogdieren.

In de jaren tusschen 1870 en 1880 is de Mungo op Jamaika ingevoerd; sedert dien tijd heeft hij, naar gezegd wordt, door verdelging van de Ratten, die de suikerrietplantages vernielen, een schade voorkomen, die op meer dan een millioen gulden per jaar geschat wordt.

Van alle Mangoesten is de Mungo — die aan het geheele geslacht den naam heeft verschaft — het meest geschikt om getemd te worden, omdat hij een bijzonder zindelijk, net, vroolijk en betrekkelijk goedaardig dier is.

Sterndale bezat een Mungo, die drie jaar lang in Indië zijn vaste begeleider en bovendien gehoorzaam en trouw als een Hondje was. “Pips” wist precies, wanneer zijn meester hem een vogel wilde schieten, ging opzitten, als het geweer werd aangelegd, en zoodra de prooi gevallen was, haalde hij deze ten spoedigste. Hij was zeer zindelijk; zelfs gebruikte hij na het eten zijne klauwen op een hoogst grappige wijze als tandenstokers. Hij was zeer stoutmoedig, ging zelfs eens met goed gevolg een grooten Hond te lijf, en bracht in den strijd met een kolossalen, mannelijken Trap, die zes maal zoo zwaar was als hij zelf, dezen Vogel zulke wonden toe, dat hij stierf. Pips doodde ook vele Slangen. Als hij opgewonden was, stond zijn haar zoo steil overeind, dat zijn omvang bijna dubbel zoo groot was als gewoonlijk; het sussend opsteken van den vinger door zijn meester was echter voldoende om het woedende dier onmiddelijk tot bedaren te brengen. Later vergezelde hij zijn meester naar Engeland, en werd de lieveling van allen, die hem zagen. Hij kon een groot aantal kunstjes verrichten: springen, kopje-over buitelen, met een muts op den kop op een stoel zitten, soldaatje spelen en exerceeren. Pips stierf van verdriet: toen hij eens gedurende geruimen tijd van zijn meester gescheiden was, weigerde hij eenig voedsel te gebruiken.

Behalve de Ichneumon verdient de Melon of Meloncillo (Herpestes Widdringtonii) vermelding, omdat hij de eenige Europeesche vertegenwoordiger van dit geslacht is. Het dier was reeds lang aan de Spaansche jagers bekend, voordat een natuuronderzoeker het in handen kreeg. De jacht op den Meloncillo loont de moeite, omdat zijn staartharen voor ’t maken van schilderspenseelen zeer gezocht zijn en duur betaald worden; de jagers schoten echter het dier alleen om deze haren en, nadat zij deze hadden uitgetrokken, wierpen zij het overige weg.

Deze soort leeft in Spanje in de rivierdalen, vooral in de provinciën Estremadura en Andalusië, geheel op de wijze van den Ichneumon. Hij bewoont bijna uitsluitend de rietbosschen en de met esparto, een borstelgras, begroeide vlakten, komt echter volstrekt niet in het gebergte voor, zooals bericht werd. Zijn lengte bedraagt 1.1 M., waarvan de staart ongeveer 50 cM. in beslag neemt. De over ’t geheel korte beharing verlengt zich op het midden van den rug, en verdwijnt bijna geheel aan het voorste deel van den hals en aan het onderlijf, welke deelen bijna naakt zijn. De donker grijze grondkleur is lichter gesprenkeld.

Tot de merkwaardige soorten van de groep behoort ook de Zebra-Mangoeste, de Sakie der inboorlingen (Herpestes fasciatus). Zij is een van de kleinste leden van het geheele geslacht. Men zegt, dat zij zonder den 20 cM. langen staart een lengte van 40 cM. bereikt; ik zelf heb echter veel grootere individuën van deze soort gezien.

Naar het schijnt, komt onze Mangoeste in geheel Oost-Afrika van de Kaap de Goede Hoop tot aan Abessinië en tot aan de overzijde, in West-Afrika, in tamelijk groot aantal voor.

De fonkelende oogen van deze sierlijke Viverre verraden haar bloedgierigen aard. Haar voedsel bestaat uit alle kleine Zoogdieren, Vogels, Kruipende Dieren en Insecten, die zij overmeesteren kan, uit eieren en stellig ook uit vruchten.

In West-Afrika wordt de Zebra-Mangoeste zeer dikwijls in factorijen, zendingsposten en soms ook op stoombooten tam gehouden. Zij heeft hier een volledige vrijheid, maar denkt er niet aan, naar de wildernis terug te keeren. Haar grappig voorkomen maakt haar tot ieders lieveling; naar het schijnt, hecht zij zich echter, evenals de Huiskat, meer aan huis en hof dan aan de menschen, hoewel zij niet zelden voor sommige personen een groote genegenheid toont, hen naloopt, hun op den schoot klimt, en zich door hen graag krauwen en koesteren laat, waarbij zij haar tevreden stemming door allerlei geluiden openbaart. Eieren maakt zij open door ze met de voorpooten ergens tegen aan te tikken, nog vaker echter door ze tusschen de achterpooten door in achterwaartsche richting tegen een weerstandbiedend voorwerp te smijten. Bij ’t spelen behandelt zij ook andere kleine en rondachtige voor-