Naar inhoud springen

Pagina:Brehm, Het Leven der Dieren (vert. Huizinga 1920).pdf/34

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

klasse een ruimere verbreiding, maar toch niet in die mate als de lucht aan de Vogels. Ook de in zee levende Zoogdieren bewijzen, dat hun klasse tot het land en niet tot het water behoort, want zelfs zij geven, sommige althans, aan de kusten de voorkeur boven de volle zee.

Op het vasteland is de verbreiding van de Zoogdiersoort door veel engere grenzen beperkt dan in de zee. Vele soorten hebben een zeer klein vaderland. Men heeft de landen der aarde naar de dieren, die er wonen, tot zes zoo-geographische of faunistische rijken vereenigd, leder van deze rijken wordt bewoond door diersoorten, die in geen der andere voorkomen.

Het eerste rijk, het Noordelijke Rijk van de Oude Wereld, of Palaearctische Rijk, omvat geheel Europa. Noord-Afrika tot aan de Sahara, en geheel Azië met uitzondering van Zuidelijk-Arabia. Voor- en Achter-India en Zuid-China benevens de hierbij behoorende eilanden. Dit Rijk wordt gekenmerkt door het bijna uitsluitend bezit van de echte Mollen en door het groot aantal soorten van Lossen. De Lossen komen in andere deelen van de Oude Wereld nagenoeg niet voor, en zijn in de Nieuwe Wereld beperkt tot het allernoordelijkste deel. Twee soorten van Dassen komen alleen in dit Rijk voor. Verscheidene geslachten van Herten. Runderen en Antilopen behooren hier thuis; de geheele groep der Schapen en Geiten is met uitzondering van twee soorten tot dit Rijk beperkt. Vele geslachten en soorten van Knaagdieren worden alleen hier gevonden, en slechts weinige soorten van Woelmuizen. Relmuizen en Springmuizen behooren tot een ander rijk.

Het Noordelijke Rijk van de Onde Wereld wordt aan de zuidwestzijde begrensd door het Ethiopische Rijk, dat, behalve Afrika ten zuiden van de Sahara, ook Zuidelijk Arabië en Madagaskar omvat. Hier is het vaderland van den Gorilla en den Chimpanzee, van de Baboeins, van een aantal Halfapen, van den Leeuw, van de gevlekte Hyena, van den Aardwolf (Proteles) en den Hyena-hond (Canis pictus), van de Giraffe, van de verschillende soorten van Zebras en van de Nijlpaarden. Buitengemeen talrijk zijn in het Ethiopische Rijk de soorten van Antilopen, waarvan het er niet minder dan 70 heeft; zeer rijkelijk zijn de Apen. Zwijnen. Civetkatten en Knaagdieren hier vertegenwoordigd. Uitsluitend bewoners van dit Rijk zijn de Aardvarkens. Olifantspitsmuizen (Macroscelides), Glansmollen (Chrysochloris) en Spitsotters (Potamogale). Behalve door het bezit van zulk een groot aantal eigenaardige soorten wordt het Ethiopische rijk ook (en in niet mindere mate) gekenmerkt door het gemis van andere, overigens ver verbreide vormen; zoo ontbreken de Beren en Herten hier geheel.

Dicht bij het oostelijkste gedeelte van het Ethiopische Rijk begint het Oostersche Rijk, bestaande uit Voor-Indië met Ceylon, Achter-Indië met Sumatra, Java en Borneo en Zuid-China met Formosa en de Philippijnen. De meest kenmerkende vertegenwoordigers van de Zoogdierenwereld in dit rijk zijn de Gibbons en Orang-Oetans, de Maleische Beer of Zonnebeer, de Honigbeer of Lippenbeer, de Koningstijger, de Schabraktapir, de Indische Olifant en de Dwergherten of Dwergmuscusdieren (Tragulus). Andere eigenaardige bewoners van het Oostersche Rijk zijn de Slanke en de Plompe Loris en de Spookdieren (Tarsius), de Vliegende Maki (Galeopithecus) en de Spitseekhoorntjes of Toepeis (Cladabates); niet minder karakteristiek zijn verscheidene soorten van Civetkatten, drie Antilopen, vijf Neushoorndieren en het Rondstaartige Vliegende Eekhoorntje (de Tagoean, p. 377.)

Het Australische Rijk is het merkwaardigste van allen. Alleen hier vindt men de eierleggende Zoogdieren (of Kloakdieren) en de Buideldieren (met uitzondering van de Buidelratten, die tot Amerika beperkt zijn). Van de andere het land bewonende Zoogdieren zijn hier alleen eenige kleine Knaagdieren inheemsch; want alle soorten, die er bovendien nog voorkomen zooals het Zwijn op de eilanden ten noorden van Nieuw-Holland moeten beschouwd worden als later ingevoerd, of bij toeval hier aangeland. Als overgang tusschen het Oostersche en het Australische Rijk moet men het merkwaardige eiland Celebes aanmerken. Hoewel het bij het Australische Rijk gerekend wordt, vereischt het een afzonderlijke bespreking. Behalve een aantal Zoogdieren, die deels aan het meer oostwaarts, deels aan het meer westwaarts gelegen gebied herinneren, leven op Celebes drie diersoorten, die in 't geheel geen nauwe verwantschap vertoonen met vormen in andere gewesten. Deze zijn: het Hertzwijn, de Anoa (een op een Antilope gelijkende Buffel) en de Kuifbaviaan (een zwarte, bijna staartlooze Hondskopaap). Behalve Nieuw-Holland en Nieuw-Guinea met de naburige eilanden behooren ook Nieuw-Zeeland en Polynesië tot het Australische Rijk. Op de door vulkanische werkingen of door Koraaldieren gevormde eilanden van den Stillen Oceaan worden in 't geheel geen daar inheemsche Zoogdieren gevonden, terwijl NieuwZeeland, behalve een uitgestorven soort van Rat, ook nog een Zoogdier bezit, dat, wat het uitwendige betreft, op een Otter gelijkt het bewoont de meren van het gebergte van het Zuidelijke Eiland, maar is nog nooit gevangen; het is misschien het laagst ontwikkelde van alle thans nog bestaande Zoogdieren (p. 809).