zeeziekte. — Alle andere pogingen om Gorillas levend naar Europa over te voeren, en hier in ’t leven te houden, zijn tot dusver mislukt.
Wij gaan nu over tot het tweede geslacht van de Anthropoïden, tot den reeds meermalen genoemden Chimpanzee (Simia troglodytes). Deze aap is schraler en aanmerkelijk kleiner dan de Gorilla: oude mannetjes zijn hoogstens 1.7 M., en wijfjes 1.3 M. lang. Het deel van den schedel, dat de hersenen bevat, is langwerpiger, van boven en van achteren meer afgerond, minder kantig dan bij den Gorilla, wiens schedel een overlangschen, aan ’t achterhoofd ver achteruitstekenden, hoogen, beenigen richel of kam draagt. Deze is bij den Chimpanzee veel minder ontwikkeld, waaruit men kan afleiden, dat de slaapspieren, die voor ’t sluiten van den bek dienen, bij hem minder krachtig zijn. Wegens de minder sterk naar voren uitpuilende wenkbrauwbogen en den helderen blik der oogen maakt het gelaat van den Chimpanzee een veel zachteren indruk dan dat van den Gorilla.

Chimpanzee (Simia troglodytes)
De neus is plat, de bovenlip lang, bol en gerimpeld; de onderlip steekt ver vooruit. Beide lippen zijn buitengewoon bewegelijk en kunnen samen een soort van snuit vormen. Het oor is grooter en minder menschachtig van vorm dan dat van vele Gorillas. De armen bezitten groote spierkracht, zijn lang, en reiken, als het dier rechtop staat, tot even voorbij de knieën. Aan de handen is de duim dun en kort, de vingers zijn lang, de middelvinger is de langste. Aan de voeten is de groote teen door een diepe bocht van de overige, teenen gescheiden. De zool is plat.
Het haar van den Chimpanzee is sluik, aan ’t voorste deel van den kop meestal gescheiden; lange haren bedekten het achterhoofd, de wangen, de schouders, den rug, de armen en de beenen; de overige lichaamsdeelen zijn korter behaard. Meestal is het haar donker zwart van kleur; dof roodachtig bruin getinte exemplaren zijn echter niet zeldzaam. Het onderste gedeelte van het gelaat en de kin zijn met korte, witachtige haren begroeid. De huid zelf heeft een eigenaardige lichte kleur; vooral bij jonge dieren kan men haar vleeschkleurig noemen, later wordt zij vuiler, meer bruinachtig.