van den kop langs de wangen vooruitsteekt. Pasgeboren jongen zijn goudgeel van kleur, alleen aan het onderste gedeelte van den rug, aan de bovenzijde van den staart en aan den staartkwast zijn de bovenste gedeelten der haren donkerder. Weldra echter breidt de zwarte kleur zich verder en verder uit, binnen eenige weinige maanden zijn de handen, de bovenzijde van den kop en de staartkwast zwart geworden, en van nu af wordt de vacht allengs gelijk aan die van het oude dier. De lengte van dezen fraaien Aap bedraagt nagenoeg 1.5 M., waarvan meer dan de helft op den staart komt.
“De Boedeng”, zegt Horsfield, “komt in de uitgestrekte bosschen van Java zeer veelvuldig voor. In talrijke gezelschappen vindt men hem op de toppen der boomen, niet zelden meer dan 50 exemplaren bijeen. Men doet wel, zulke troepen op eenigen afstand te beschouwen. Bij de nadering van menschen beginnen zij luid te schreeuwen, en springen onder een oorverdoovend geraas zoo woedend in de boomkroon rond, dat er dikwijls dikke stukken dood hout afbreken en op hunne vervolgers vallen.”

Neusaap of Kahau (Nasalis narvatus). 1/10 v.d. ware grootte.
De gevangene Boedeng heeft een stil, zachtaardig en lijdend voorkomen. In Antwerpen was er een in gezelschap van kleine Meerkatten en Makaken, die hem onophoudelijk plaagden en kwelden, zonder dat het in hem opkwam, zich te verweren. Het maakte een comischen indruk, dezen grooten Aap naar de pijpen te zien dansen van een nauwelijks één jaar ouden Meerkat, die hem door stompen en oorvegen, door knijpen en aan ’t haar trekken op de jammerlijkste wijze tyranniseerde. Het bleek duidelijk, dat goedaardigheid den grondtrek van het karakter van den Boedeng uitmaakt; hij mist geheel en al de laaghartigheid, die andere leden der orde zoo zeer kenmerkt. — Ook de Boedeng heeft, naar het schijnt, veel te lijden van ons klimaat. Het is hem aan te zien, hoeveel goed het hem doet, als hij zich in het zonnetje mag koesteren, hoe gelukkig hij is, wanneer een blik van de levenwekkende dagvorstin, welker gloed aan zijn rijk gezegend vaderland alle pracht en heerlijkheid der keerkringslanden verschaft, op hem valt.