Gallië geen landstreken vrij, die men zonder krenking van het recht van anderen, voornamelijk aan zulk een groote menigte kon geven. Maar als zij wilden, konden zij zich nederzetten in het gebied der Ubiërs, van wie juist gezanten bij hem waren om over de gewelddadigheden der Sueben te klagen en hem om hulp te verzoeken. Hij zou dan den Ubiërs de noodige bevelen geven".
9. De gezanten antwoordden, dat zij dit aan de hunnen zouden melden en na gehouden overleg in drie dagen terugkeeren. Intusschen verzochten zij, dat hij in dien tijd niet verder zou voortrukken. Caesar verklaarde, zelfs dat niet te kunnen toestaan. Want hij had ervaren, dat eenige dagen te voren een sterke afdeeling ruiterij over de Maas was gezonden in het land der Ambivarieten om te plunderen en levensmiddelen op te halen; deze ruiters, meende hij, wachtten zij af en daarom zochten zij uitstel.
10. De Maas ontspringt op de Vogesen in het gebied der Lingonen, neemt dan een arm van den Rijn op, die Vacalus (Waal) heet, vormt daarmee het eiland der Bataven en stroomt dan in den Rijn, niet verder dan 80 mijlen van den Oceaan. De Rijn echter ontspringt in het gebied der Lepontiërs, een Alpenvolk, stroomt dan in langen loop met snelheid door het land der Nantuaten, Helvetiërs, Sequaners, Mediomatrikers, Tribokers, Treverers, splitst zich, als hij den Oceaan is genaderd, in verscheiden armen en vormt vele zeer groote eilanden, die grootendeels door wilde en barbaarsche volken worden bewoond, waarvan er eenige slechts van visschen en vogeleieren zullen leven. Eindelijk stroomt hij met vele mondingen in den Oceaan.
11. Caesar was nog maar twaalf mijlen van den vijand verwijderd, toen de gezanten volgens afspraak tot hem terugkeerden, en daar zij hem op den marsch aantroffen, baden zij hem dringend, niet verder voort te rukken. Toen