Naar inhoud springen

Pagina:Caesar, Gallische oorlog (vert. Doesburg, 1894).pdf/111

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

vijanden vechten, terwijl dezen òf op het droge, of een weinig in het water voorwaarts gemarcheerd, al hun ledematen tot hun vrije beschikking hebbende en met de plaats goed bekend, stoutmoedig hun werpspiesen slingerden en hun afgerichte paarden aanzetten. Door dit alles raakten de onzen onthutst en, geheel en al onervaren in gevechten van dezen aard, toonden zij niet dezelfde opgewektheid en denzelfden ijver, als zij in de gevechten te land plachten aan den dag te leggen.

25. Toen Caesar dat bemerkte, liet hij de oorlogsschepen, welker uiterlijke verschijning den vijanden ongewoon was en die door hun bewegelijkheid gemakkelijker waren te gebruiken, een weinig van de transportschepen verwijderen, voorwaarts roeien en zich in de ongedekte flank der vijanden opstellen, om hen van daar met slingers, pijlen en werpmachines terug te drijven en te verjagen; een maatregel, die voor de onzen van groot voordeel was. Want de gedaante der schepen, de beweging der roeiriemen, het voor hen ongewone soort van geschut, het maakte alles grooten indruk op de barbaren; zij weken, zij 't ook slechts een weinig, terug. Doch toen ook nu nog onze soldaten aarzelden, voornamelijk wegens de diepte van het water, smeekte de vaandeldrager van het tiende legioen de Goden, dat zij zijn daad tot heil voor het legioen mochten laten gedijen. "Kameraden, "zoo riep hij daarop, "springt van de schepen, als gij den adelaar niet wilt prijsgeven aan de vijanden; ik ten minste zal mijn plicht doen jegens het vaderland en den veldheer!" Toen hij dit met luider stemme had gezegd, sprong hij over boord en ging, den adelaar in de hand, op den vijand los. Toen wekten de onzen elkaar op, zulk een smaad niet op zich te laden, en sprongen allen van het schip. Als nu de voorsten op de dichstbijzijnde schepen dit zagen, volgden ook zij en gingen op den vijand los.