Naar inhoud springen

Pagina:Caesar, Gallische oorlog (vert. Doesburg, 1894).pdf/115

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

schadigde schepen tot herstel der andere, en liet wat daartoe nog buitendien noodig was van het vasteland aanbrengen. Daar nu de soldaten met den grootsten ijver de handen aan 't werk sloegen, bracht hij 't, met een verlies van twaalf schepen, zóó ver, dat men met de overige weer goed in zee kon gaan.

32. Gedurende deze toebereidselen was, als gewoonlijk, één legioen, nl. het zevende, uit fourageeren gezonden. Tot dusver was geen schijn van oorlog voorhanden. Deels bleven de Britanniërs bij hun veldarbeid, deels zelfs bezochten zij de legerplaats. Daar meldden de veldwachten, die voor de poorten der legerplaats stonden, aan Caesar, dat een ongewoon groote stofwolk opsteeg in de richting, die het legioen had ingeslagen. Caesar, die terstond vermoedde, wat geschied was, dat namelijk de vijanden een of ander nieuw plan hadden gesmeed, brak met de cohorten, die de wacht hadden, in die richting op, liet twee andere cohorten de wacht betrekken en beval al de overige zich te wapenen en hem onverwijld te volgen. Tamelijk ver van de legerplaats vond hij dan ook de zijnen door den vijand in 't nauw gebracht; met moeite weerstonden zij den vijandelijken aanval en het opeengedrongen legioen werd van alle kanten beschoten. Op alle velden was namelijk het graan afgemaaid; slechts op nog één akker was het blijven staan. In het vermoeden, dat de onzen daarheen zouden komen, hadden de vijanden zich 's nachts in de bosschen verborgen; en toen nu de onzen, na de wapenen te hebben afgelegd, zich verstrooid hadden en bezig waren met afmaaien, overvielen zij hen plotseling, doodden er eenigen en brachten de overigen in wanorde. Te gelijk hadden zij hen met ruiterij en strijdwagens ingesloten.

33. De kamp met deze strijdwagens is van den volgenden aard. Eerst jagen zij in alle richtingen rond, werpen hun