Naar inhoud springen

Pagina:Caesar, Gallische oorlog (vert. Doesburg, 1894).pdf/116

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

werpspiesen, en reeds door den schrik voor hun paarden en het geratel der raderen brengen zij meestal verwarring in de vijandelijke gelederen. Hebben zij zich tusschen de ruiterescadrons ingedrongen, dan springen zij van de wagens af en strijden te voet. Ondertusschen trekken de wagenbestuurders zich langzamerhand uit het gevecht terug en plaatsen de wagens zóó, dat de strijders zich gemakkelijk daarnaar kunnen terugbegeven, indien zij door de overmacht worden in de engte gedreven. Zoo vereenigen zij de vlugheid der ruiterij met den vasten stand der voetknechten in het gevecht; en door dagelijksche praktijk en oefening hebben zij 't zoo ver gebracht, dat zij op glooiend terrein en op steile hellingen hun paarden in vollen galop tot staan brengen, deze in korten tijd intoomen en wenden, over den dissel heenloopen, op het juk blijven staan en zich van daar schielijk weer in den wagen werpen.

34. Onder deze omstandigheden kwam Caesar den onzen, die door dit alles en door de ongewone manier van strijden verbluft waren, op een zeer gelegen oogenblik te hulp. Bij zijn verschijnen bleven de vijanden staan en kwamen de onzen weer tot zich zelve van hun ontsteltenis. Toch achtte Caesar het tegenwoordig tijdstip niet gunstig om aan te vallen en slag te leveren; hij bleef in zijn stelling en voerde na verloop van korten tijd de legioenen in de legerplaats terug. Terwijl de onzen onder deze gebeurtenissen alle bezig waren, hadden de Britanniërs, die nog op hun hoeven waren, zich verwijderd. Er volgden verscheiden dagen achtereen stormachtig weer, waardoor de onzen in het legerkamp werden teruggehouden en de vijanden geen aanval konden ondernemen. Ondertusschen zonden de barbaren naar alle kanten boden, lieten de geringe sterkte onzer troepen uitbazuinen en overal verkondigen, welk een gunstige gelegenheid zich aanbood, buit te behalen en