VIJFDE BOEK.
1. Onder het consulaat van Lucius Domitius en Appius Claudius begaf Caesar zich als gewoonlijk uit de winterkwartieren naar Italië en gaf den legaten, die hij aan het hoofd der legioenen had gesteld, bevel, in den loop van den winter zooveel schepen mogelijk te laten bouwen en de oude te herstellen. Hij gaf tevens de constructie en de gedaante ervan aan. Om ze snel te kunnen laden en op het land te kunnen trekken, liet hij ze wat vlakker maken dan onze gewone schepen in de Middellandsche zee; en dat des te eerder, omdat, naar hij ervaren had, wegens de menigvuldige wisselingen van eb en vloed de golven hier minder hoog gaan. Om des te meer ladingen en trekvee over te brengen, liet hij ze wat breeder maken, dan schepen in alle andere zeeën. Het moesten alle roeischepen worden, waarbij hun lage, vlakke bouw goede diensten deed. Het noodige materiaal om ze op te takelen liet hij uit