Naar inhoud springen

Pagina:Caesar, Gallische oorlog (vert. Doesburg, 1894).pdf/121

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

van het vasteland verwijderd is. Voor de voorbereiding van den overtocht liet hij een voldoend aantal soldaten achter. Hijzelf brak met vier legioenen zonder bagage en achthonderd ruiters op naar het land der Trevirers, wijl dezen de landdagen niet bezochten, noch zijn bevelen gehoorzaamden en, zooals het gerucht ging, de Germanen van over den Rijn opruiden.

3. Deze staat bezit verreweg de beste ruiterij van ge heel Gallië en heeft een groote menigte voetvolk. Hij grenst, zooals boven vermeld is, aan den Rijn. Twee mannen streden hier met elkander om het hoogste gezag, Indutiomarus en Cingetorix. Zoodra Caesar's aankomst met zijn legioenen bekend was, kwam de laatstgenoemde tot hem, met de verzekering, dat hij en al de zijnen trouw zouden blijven en de vriendschap met de Romeinen niet zouden verbreken; tevens maakte hij hem bekend met hetgeen bij de Trevirers voorviel. Indutiomarus daarentegen trok ruiterij en voetvolk samen, bracht hen, die om hun leeftijd de wapenen niet konden dragen, in het Ardennerwoud in veiligheid, dat zich in groote uitgestrektheid uitbreidt van den Rijn midden door het land der Trevirers tot de grens der Remers, en begon zich tot den oorlog toe te rusten. Nadat evenwel sommige vorsten van dien staat, deels daartoe gebracht door hun verbindingen met Cingetorix, deels verschrikt door de aankomst van ons leger, tot Caesar waren gegaan en, daar zij voor hun volk niets doen konden, persoonlijk voor zich om genade smeekten, zond ook Indutiomarus, uit vrees door allen in den steek te worden gelaten, gezanten naar Caesar.

Hij had, zoo verklaarde hij, daarom zijn land niet willen verlaten en tot Caesar gaan, om het volk des te gemakkelijker in toom te houden, opdat niet, als de gansche adel zich verwijderde, de groote hoop uit gebrek