werd Caesar van verscheidene kanten in kennis gesteld.
7. Hiervan onderricht besloot Caesar op alle mogelijke wijzen Dumnorix in bedwang te houden en hem af te schrikken, te meer, omdat hij, Caesar, zelf den staat der Haeduërs een zoo groot aanzien had ingeruimd. En toen hij zag, dat diens dolzinnigheid te ver ging, besloot hij de noodige voorzorg te nemen, dat zij hem en den staat in geen enkel opzicht schaadde. In de vijf en twintig dagen ongeveer, die hij hier doorbracht, omdat de Coruswind, die een goed deel van het geheele jaar in deze streken waait, hem belette zee te kiezen, gaf hij zich moeite Dumnorix in gehoorzaamheid te houden, maar niettemin al zijn plannen te leeren kennen. Eindelijk kwam er een gunstige wind en gaf hij zijn voetvolk en ruiters bevel zich in te schepen; maar terwijl aller gedachten zich daarmee bezig hielden, verliet Dumnorix, buiten weten van Caesar, met de ruiters der Haeduërs langzamerhand de legerplaats en sloeg den weg in naar zijn land. Op het bericht hiervan stelde Caesar zijn vertrek uit en al het overige ter zijde, en zond hem een sterke afdeeling ruiterij achterna, met het bevel hem terug te brengen, of neer te sabelen, indien hij geweld gebruikte en niet gehoorzaamde. Want hij geloofde, dat Dumnorix, die zich in zijn tegenwoordigheid niet bekommerde om zijn bevelen, in zijn afwezigheid zeker in niets verstandig zou handelen. Door de onzen bevolen terug te keeren, weigerde hij, stelde zich persoonlijk te weer en riep den bijstand der zijnen in, terwijl hij herhaaldelijk uitschreeuwde, dat hij een vrij man was en burger van een vrijen staat. De onzen omringden hem, zooals hun was gelast, en doodden hem. De ruiters der Haeduërs echter keerden alle tot Caesar terug.
8. Hierop liet Caesar Labienus met drie legioenen en twee duizend ruiters op het vasteland achter, om de