Naar inhoud springen

Pagina:Caesar, Gallische oorlog (vert. Doesburg, 1894).pdf/129

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

tegen het noorden en heeft geen land tegenover zich; haar ééne hoek is het meest naar Germanië gekeerd; haar lengte schat men op 800 mijlen. De omvang van het geheele eiland bedraagt alzoo twee duizend mijlen.

14. Van alle volken van het eiland zijn de bewoners van Cantium, geheel een kustland, verreweg het beschaafdst en in leefwijze weinig verschillend van de Galliërs. De bewoners van het binnenland hebben meerendeels geen graanbouw, maar leven van melk en vleesch en kleeden zich met huiden. Alle Britanniërs echter verven zich met weede, wat een blauwe kleur geeft, en daardoor zien zij in den slag er des te verschrikkelijker uit. Het hoofdhaar laten zij groeien, overigens scheren zij, uitgenomen hoofd en bovenlip, het geheele lichaam glad. Met hun tienen of twaalven hebben zij de vrouwen gemeenschappelijk, vooral broeders met broeders en vaders met hun zonen; maar de kinderen uit deze huwelijken worden toegekend aan hem, die de moeder het eerst als jonkvrouw naar zijn huis heeft geleid.

15. De vijandelijke ruiterij en de strijdwagens geraakten met onze ruiterij op den marsch in een hevig gevecht. De onzen behielden echter op alle punten de overhand en dreven hen terug naar de bosschen en heuvels. Hun verlies was vrij groot, maar ook de onzen leden, daar zij hen wat al te vurig nazetten, eenig verlies. Na eenigen tijd, terwijl de onzen er niet op verdacht en bezig waren met het verschansen der legerplaats, stormden de vijanden plotseling uit de bosschen te voorschijn en deden op de wachtposten vóór de legerplaats een hevigen aanval. Hardnekkig werd er gestreden. Caesar zond twee cohorten, en dat wel de eerste van twee legioenen, te hulp. Toen deze zich reeds op een geringen afstand van elkander hadden opgesteld, braken de vijanden bij de ontsteltenis, die zich van