besluit te nemen overeenkomstig den raad des vijands?
29. Daartegen ijverde Titurius: „Men zou te laat komen, als zich eerst grootere scharen vijanden, in verbinding met de Germanen, hadden vereenigd, of wanneer men in de naaste winterkwartieren een nederlaag had geleden. Kort was de tijd van beraad. Caesar was, zoo meende hij, al naar Italië afgereisd, anders zouden de Carnuten niet het plan hebben opgevat Tasgetius te vermoorden; evenmin zouden de Eburonen, ware Caesar nog in Gallië, met zulk een geringschatting der onzen de legerplaats hebben aangevallen. Hij lette niet op hetgeen de vijand beweerde, maar op den werkelijken toestand. De Rijn was dichtbij, de Germanen waren vol wrok over Ariovistus' dood en onze vroegere overwinningen; Gallië, dat onder zooveel deemoediging door Rome was onderworpen, en zijn ouden krijgsroem had verloren, was hevig verbitterd. Ten slotte, wie kon zich inbeelden, dat Ambiorix zonder zeker te zijn van zijn zaak 't zou gewaagd hebben zulk een besluit te nemen? Zijn voorslag was in ieder der beide mogelijke gevallen het veiligst: was ' t er niet zoo erg mee gesteld, dan zou men zonder gevaar het naaste legioen bereiken; maakte geheel Gallië met de Germanen gemeene zaak, dan was door een snellen aftocht alleen redding te vinden. Welk gevolg zou de tegenovergestelde voorslag van Cotta en van de anderen hebben? Dreigde van dat plan geen oogenblikkelijk gevaar, voorzeker was toch een langdurig beleg en als gevolg daarvan hongersnood te vreezen ".
30. Nadat over het voor en tegen was gestreden, terwijl Cotta en de centurio's van den eersten rang hardnekkig volhardden bij hun meening, riep Sabinus, en wel met luider stem, zoodat een groot gedeelte der soldaten het hoorde, uit: gij zult uw zin hebben; ik ben het niet, die het meest onder u het doodsgevaar vrees. De soldaten