Naar inhoud springen

Pagina:Caesar, Gallische oorlog (vert. Doesburg, 1894).pdf/144

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

aan en beval den zijnen hetzelfde te doen. Terwijl men nu met elkander over de voorwaarden onderhandelde en Ambiorix met opzet het onderhoud rekte, werd Titurius intusschen langzamerhand omringd en eindelijk neergestooten. Nu echter deden de vijanden naar hun gewoonte een overwinningskreet hooren, hieven een gehuil aan, vielen de onzen aan en brachten de gelederen in wanorde. Hier vielen Lucius Cotta en het grootste deel der soldaten, met de wapenen in de vuist; de overigen trokken zich in de verlaten legerplaats terug. De adelaardrager Lucius Petrosidius, door een overmacht van vijanden in 't nauw gebracht, wierp den adelaar over den wal in de legerplaats en stierf vóór de legerplaats den heldendood. Met moeite verdedigden zij de legerplaats, tot de nacht inviel. Zonder uitzondering beroofden zich allen, aan redding wanhopende, in den nacht van het leven. Weinigen, die uit den slag zelf waren ontkomen, bereikten langs onbetrouwbare wegen door de bosschen de winterkwartieren van den legaat Titus Labienus en berichtten hem, wat geschied was.

38. Trotsch op deze overwinning trok Ambiorix terstond op met zijn ruiterij naar de Aduatuken, zijn naburen, zette zijn marsch dag en nacht voort, en beval het voetvolk hem te volgen. Na door zijn voorstelling der zaak de Aduatuken te hebben meegesleept, begaf hij zich den volgenden dag naar de Nerviërs en wekte hen op, de gelegenheid niet ongebruikt te laten, om zich voor altijd vrij te maken en zich voor het geleden onrecht op de Romeinen te wreken; hij wees er op, dat twee legaten waren gebleven, dat een groot deel van het leger was vernietigd; het was gemakkelijk om het legioen van Cicero in zijn winterkwartier plotseling te overweldigen en af te maken. Hij bood hun hiertoe zijn hulp aan. Het viel hem niet moeielijk, door deze voorstellingen de Nerviërs over te halen.