grootste om; maar allen vochten nu eerst recht met de Dit was voor de onzen hardnekkigheid en dapperheid, verreweg de zwaarste dag; doch hij eindigde daarmee, dat een groote menigte vijanden werd gewond en gedood, daar zij zich dicht onder den wal hadden opeengedrongen en de achtersten aan hen, die in de eerste gelederen stonden, elken stap achterwaarts onmogelijk maakten. Toen de brand een weinig bedaard was en een toren ergens 's gebracht, trokken de centurio vlak tegen den wal was der derde cohorte hun manschappen van hun standplaats terug en begonnen met wenken en toeroepen de vijanden uit te dagen, toch binnen te komen. Maar niemand waagde een stap voorwaarts te doen. Toen werden zij van alle kanten met steenen geworpen, van den toren verjaagd en deze in brand gestoken.
44. Er waren bij dat legioen twee dappere centurio's, die hun bevordering tot centurio's van den eersten rang in uitzicht hadden, Titus Pulio en Lucius Vorenus. Deze hadden voortdurend geschil met elkander over de vraag, wie van beiden de voorkeur verdiende en jaar in jaar uit wedijverden zij met de hoogste ijverzucht om hun bevordering. Toen nu allerhevigst bij de verschansingen werd gevochten, riep Pulio: "Wat aarzelt gij, Vorenus? op welke andere gelegenheid wacht gij nog, om uw dapperheid te toonen? deze dag zal onzen twist beslechten." Toen hij dit gezegd had, kwam hij buiten de verschansingen en stortte zich in het dichtst der vijanden. Nu bleef ook Vorenus niet langer binnen den wal, maar, het algemeene oordeel vreezende, volgde hij hem. Nu wierp Pulio op geringen afstand zijn speer op de vijanden en doorboorde er een, die uit den drom te voorschijn sprong. De vijanden dekken den getroffene en ontzielde met hun schilden, slingeren alle hun werpspiesen op Pulio en snijden hem den terugweg af. Zijn