Naar inhoud springen

Pagina:Caesar, Gallische oorlog (vert. Doesburg, 1894).pdf/149

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

schild wordt doorboord en een werpspies blijft vastgehecht in den gordel. Door dit ongeval wordt de scheede verschoven en de hand belemmerd, waarmee hij het zwaard wil trekken; buiten staat zich te verdedigen omringen hem de vijanden. Daar snelt zijn vijand Vorennus toe en brengt hem hulp in zijn nood. De gansche schare wendt zich nu van Pulio af en richt zich tegen hem; Pulio, meenen zij, is door de werpspies doorboord. Vorennus stort zich nu met het zwaard in de vuist op den vijand, stoot er een neer en drijft de anderen een weinig voor zich uit; terwijl hij wat te onstuimig voortdringt, geraakt hij op een hellende plek en valt. De vijanden omringen hem, maar nu komt Pulio hem te hulp, en beiden trekken zich ongedeerd, nadat zij verscheiden vijanden hebben gedood, met roem bedekt, binnen de verschansingen terug. Zoo heeft het lot in dezen rangen wedstrijd met beiden zijn spel gedreven, zoodat de eene mededinger den anderen hulp en redding heeft gebracht, en het onmogelijk was te beslissen, wie van beiden in dapperheid den anderen overtrof.

45. Hoe drukkender en dreigender van dag tot dag de belegering werd, vooral daar een groot deel der soldaten door wonden buiten gevecht gesteld en de taak der verdediging daardoor aan slechts weinigen ten deel gevallen was, des te meer brieven en boden werden naar Caesar gezonden. Een deel der boden werden echter opgevangen en voor de oogen onzer soldaten doodgemarteld. In de legerplaats bevond zich een Nerviër van voorname afkomst. Vertico geheeten, die sedert het begin der insluiting tot Cicero was overgeloopen en zijn vertrouwbaarheid aan dezen bewezen had. Deze haalde zijn slaaf, door hem uitzicht op vrijheid te geven en door groote belooningen, over, een brief aan Caesar te bezorgen. De slaaf nam den brief in