ten dan alle volwassenen gewapend daarbij verschijnen; wie het laatst komt, wordt voor de oogen van het vergaderde volk onder alle pijnigingen doodgemarteld. In die vergadering liet Indutiomarus Cingetorix, zijn schoonzoon, het hoofd der tegenpartij, die, zooals boven gezegd is, zich bij Caesar had aangesloten en hem trouw bleef, voor een vijand van den staat en zijn goederen verbeurd verklaren. Nadat dit was afgehandeld, maakte hij in de vergadering bekend, dat hij door de Senonen. Carnuten en verscheidene andere volksstammen van Gallië was te hulp geroepen; hij zou daaraan gehoor geven, door het land der Remers gaan en dit land verwoesten, doch eerst nog de legerplaats van Labienus aangrijpen. Hiertoe gaf hij de noodige bevelen.
57. Daar Labienus zijn door natuur en kunst buitengewoon versterkte legerplaats niet verliet, vreesde hij geen gevaar voor zich en voor zijn legioen. Hij dacht er dus veel meer aan, geen gelegenheid te laten voorbijgaan, om zijn slag te slaan. Zoodra hij derhalve van Cingetorix en diens volgelingen bericht had ontvangen van Indutiomarus' rede in de volksvergadering, zond hij boden naar de nabuurstaten en ontbood overal vandaan ruiterij op een bepaalden dag tot zich. Middelerwijl zwierf Indutiomarus haast dagelijks met zijn gansche ruiterij om de legerplaats rond, deels om haar ligging te verkennen, deels om met ons te spreken, of ons vrees aan te jagen. Al zijn ruiters slingerden daarbij gewoonlijk hun werpspiesen over den wal; maar Labienus liet zijn troepen binnen de legerplaats blijven en trachtte de vijanden op alle mogelijke wijzen te versterken in de meening, dat hij bang was.
58. Toen nu Indutiomarus van dag tot dag met stijgenden overmoed dichter bij de legerplaats kwam, liet Labienus de ruiters, die hij uit alle nabuurstaten had doen oproepen, in één nacht het legerkamp binnenrukken en hield dan