al zijn manschappen door uitgezette wachtposten met zoo groote zorgvuldigheid binnen de legerplaats, dat niets ervan den Trevirers kon verraden of overgebracht worden. Ondertusschen kwam Indutiomarus volgens zijn dagelijksche gewoonte weer dicht bij het legerkamp en bracht daar het grootste deel van den dag door. Zijn ruiters wierpen hun werpspiesen en daagden de onzen, hen luide hoonende, uit tot den strijd. Toen zij geen antwoord van dezen ontvingen, trokken zij, tegen den avond, toen het hun geschikt voorkwam, verstrooid en zonder eenige orde af. Terstond liet Labienus zijn geheele ruiterij uit twee poorten een uitval doen, met het uitdrukkelijk bevel om, als de vijanden waren verjaagd en op de vlucht gedreven, wat hij vooruit zag, dat gebeuren zou, zooals ook werkelijk geschiedde, zich dan allen op Indutiomarus alleen te werpen en niemand te verwonden, voordat men hem gevallen zag. Want Labienus wilde Indutiomarus, doordat zij zich met anderen ophielden, geen gelegenheid verschaffen te ontvluchten; op zijn hoofd stelde hij een grooten prijs. Ter ondersteuning der ruiterij werden de cohorten nagezonden. Het geluk begunstigde het plan van den legaat, en terwijl allen zich op Indutiomarus wierpen, werd hij juist op een ondiepe plaats der rivier ingehaald, neergehouwen en zijn hoofd in het legerkamp gebracht. Op hun terugtocht vervolgden en doodden onze ruiters, wie zij maar konden. Op het bericht van deze gebeurtenissen gingen de strijdkrachten der Eburonen en Nerviërs, die zich hadden verzameld, uit elkander, en Caesar had na dit voorval meer rust in Gallië.