Naar inhoud springen

Pagina:Caesar, Gallische oorlog (vert. Doesburg, 1894).pdf/199

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

ging Caesar met de grootst mogelijke haast naar Vienna (Vienne), waar hij bij de zijnen geheel onverwachts aankwam. Hier trof hij de ruiterij, die hij vele dagen te voren daarheen had gezonden, frisch aan; dag en nacht marcheerde hij onafgebroken door het land der Haeduers naar het gebied der Lingonen, waar twee legioenen in de winterkwartieren lagen, om den Haeduers, indien ook zij soms een aanslag op zijn persoon in den zin hadden, door deze snelheid te voorkomen. Bij zijn aankomst aldaar zond hij aan de overige legioenen zijn bevelen en trok ze op één punt samen, vóór de Arverners van zijn nadering bericht konden hebben. Op de tijding hiervan, voerde Vercingetorix zijn leger weer terug in het land der Biturigers, marcheerde van daar naar Gorgobina[1], de stad der Bojers, wien Caesar dáár na hun nederlaag in den Helvetischen oorlog een woonplaats aangewezen en die hij onder de hoede der Haeduers gesteld had, en maakte aanstalten om de stad te belegeren.

10. Dit bracht Caesar in groote moeilijkheid bij het nemen van een besluit. Hield hij gedurende de rest van den winter zijn legioenen op één punt bijeen, dan vreesde hij, dat, als de den Haeduers onderdanige stad was veroverd, heel Gallië zou afvallen, omdat het bleek, dat bij hem voor de vrienden geen hulp was te vinden; brak hij vóór den tijd uit de winterkwartieren op, dan zou hij, door den moeielijken toevoer, met de verpleging van het leger in verlegenheid geraken. Het scheen hem echter beter, alle moeielijkheden standvastig te verduren, dan zulk een smaad op zich te laden en de toegenegenheid zijner aanhangers van zich te vervreemden. Derhalve noodigde hij de Haeduers uit, voor den toevoer te zorgen; den Bojers liet hij door

  1. Gorgobina of Gergovia lag t. z. o. van Avaricum (Bourges) en op den linkeroever der Loire.