Naar inhoud springen

Pagina:Caesar, Gallische oorlog (vert. Doesburg, 1894).pdf/201

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

gehouden, de torens in brand steken en de stad binnenrukken. De stad werd veroverd en al hare bewoners, met uitzondering van eenige weinigen, gevangen genomen, daar de smalle brug en de nauwe straten de vlucht aan de groote menigte onmogelijk maakten. Caesar liet de veste plunderen en in de asch leggen, den buit deelde hij toe, aan de soldaten. Hierop voerde hij het leger over de Liger en trok het land der Biturigers binnen.

12. Toen Vercingetorix van Caesar's aanmarsch hoorde, hief hij het beleg op en ging hem te gemoet. Caesar was ondertusschen begonnen. Noviodunum, een stad der Biturigers, die hem op zijn weg lag, te bestormen. Afgevaardigden kwamen uit de stad om vergiffenis en genade smeeken. Caesar beval, wapens en paarden uit te leveren, gijzelaars te stellen, ten einde hetgeen hem nog te doen overig bleef, met de snelheid, waarmede hij zijn meeste doeleinden had bereikt, te volvoeren. Reeds waren de gijzelaars ten deele gesteld en met de overige zaken was men nog bezig, centurionen en eenige soldaten waren in de stad gezonden, om de wapens en paarden bijeen te zoeken en bijeen te drijven, toen opeens de vijandelijke ruiterij, die Vercingetorix' voorhoede vormde, in de verte zichtbaar werd. Zoodra de inwoners haar zagen en hoop op ontzet kregen, hieven zij een krijgsgeschreeuw aan en begonnen naar de wapenen te grijpen, de poorten te sluiten en de muren te bezetten. Toen de centurio's in de stad uit de gebaren der Galliërs hadden opgemaakt, dat er wat broeide, bezetten zij met het zwaard in de vuist de poorten en trokken met al hun soldaten ongedeerd uit de stad terug.

13. Caesar liet de ruiterij uit het legerkamp rukken en den aanval beginnen; toen de zijnen echter in 't nauw geraakten, zond hij hun ongeveer 400 Germaansche ruiters te hulp, die hij van 't begin af bij zich placht te hebben.