Naar inhoud springen

Pagina:Caesar, Gallische oorlog (vert. Doesburg, 1894).pdf/205

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

hun geen woord, dat de grootheid van het Romeinsche volk en hun ouden oorlogsroem onwaardig was. Ja zelfs, toen Caesar het eene legioen na het andere bij den arbeid toesprak en zeide, het beleg te zullen opbreken, indien het hun te zwaar viel den nood te verdragen, baden zij hem allen, dat niet te doen. Verscheiden jaren hadden zij onder hem gediend, zonder dat eenige smaad hun deel was geweest, nergens waren zij onverrichter zake afgetrokken. Het opheffen van dit beleg echter zouden zij als een smaad beschouwen. Liever wilden zij alle bezwaren verdragen, dan dat zij niet het zoenoffer brachten voor de Romeinsche burgers, die de trouweloosheid der Galliërs in Cenabum had vermoord. Ditzelfde lieten zij Caesar door hun centurio's en krijgstribunen nog eens nadrukkelijk verklaren.

18. Reeds kwamen de torens dichter bij den muur, toen Caesar van gevangenen vernam, dat Vercingetorix uit gebrek aan fourage zijn legerplaats dichter bij Avaricum had verlegd en zelf met de ruiterij en het lichte voetvolk, dat tusschen de ruiters placht mede te strijden, was uitgerukt, om den onzen een hinderlaag te leggen in de streek, waar zij, naar zijn meening, den volgenden dag zouden komen, om te fourageeren. Op dit bericht brak Caesar in stilte te middernacht op en kwam ' s morgens vroeg voor het kamp der vijanden. Dezen waren door hun patrouilles spoedig Caesar's aankomst gewaar geworden; zij brachten daarom hun wagens en trein in de dichte bosschen in veiligheid en namen met al hun troepen op een open hoogte stelling. Toen Caesar dit geboodschapt was, liet hij spoedig de lichte bagage[1]

  1. Dat was de bagage, die ieder soldaat met zich droeg: proviand, schanspalen en allerlei kleiner oorlogs- en keukengereedschap, circa 20 kilogr. Vóór het gevecht legt de soldaat dit alles af, of laat het in de legerplaats achter.