Naar inhoud springen

Pagina:Caesar, Gallische oorlog (vert. Doesburg, 1894).pdf/206

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

op een hoop werpen en de wapens tot het gevecht gereed maken.

19. Het was een van den voet af zacht oploopende heuvel. Bijna van alle kanten was de heuvel omringd door een moeras, dat niet breeder was dan 50 voet, maar gevaarlijk en moeilijk om er zich een weg door te banen. De bruggen erover waren afgebroken. In vertrouwen op de gunstige gesteldheid van het terrein, bleven de Galliërs, naar de stammen en landen verdeeld, op deze hoogte staan en hadden alle doorwaadbare en smalle vaste plaatsen van het moeras bezet, vast besloten, de Romeinen, indien dezen zich een weg er door trachtten te banen en bleven steken, uit, hun hooger gelegen stelling aan te grijpen. Wie alzoo de onmiddellijke nabijheid van des vijands stelling zag, die moest 't er wel voor houden, dat de Galliërs gereed waren om, onder bijkans gelijke kansen met ons den kamp aan te binden. Maar wie de ongelijkheid van den toestand voor beide partijen duidelijk waarnam, die vond, dat het ijdele schijn was, waarmee zij praalden. Caesar's soldaten ergerden zich, dat de vijand op zoo geringen afstand hun aanblik kon verdragen en verlangden dringend het teeken tot den aanval; maar de veldheer toonde hun duidelijk aan, met hoe groot een verlies en met den dood van hoeveel dapperen de overwinning noodzakelijk moest worden gekocht. Wijł hij hen zoo bereid en besloten zag, alles voor zijn roem te wagen, zou hij van zijn kant zich stellig schuldig maken aan de grootste onrechtvaardigheid, indien hij hun leven niet stelde boven zijn eigen voordeel. Op die wijze de soldaten tot kalmte gebracht hebbende, voerde hij hen nog denzelfden dag in de legerplaats terug en verordende de verdere maatregelen, noodig tot voortzetting van het beleg der stad.

20. Toen Vercingetorix bij het hoofdleger was terugge-