gezag terug, wanneer zij zich verbeeldden, hem een eer te bewijzen, veelmeer, dan dat zij van hem daardoor hun redding meenden te ontvangen. "Om u te overtuigen, zoo voer hij voort, dat ik spreek overeenkomstig de waarheid, zoo hoort de Romeinsche soldaten." Op zijn bevel werden nu eenige slaven voorgebracht, die hij enkele dagen vroeger bij het fourageeren opgevangen en door honger en door hen in ketenen te klinken gemarteld had. Reeds van te voren was hun het antwoord geleerd, dat zij op zijn vragen hadden te geven. Zij zeiden dan, dat zij legioensoldaten waren, dat zij door honger en gebrek de legerplaats heimelijk hadden verlaten, of zij misschien wat koorn of een stuk vee op het land konden vinden; gelijke nood drukte het geheele leger, aller krachten waren uitgeput en niemand kon langer de vermoeienissen van den dienst uithouden. Hun veldheer had daarom besloten binnen drie dagen af te trekken, indien zij in dien tijd niets met het beleg waren vooruitgekomen. „ Dat hebt gij mij te danken, voegde Vercingetorix er aan toe, mij, dien gij voor een verrader houdt, mij, wiens werk het is, dat gij een zoo groot en overwinnend leger door den honger verteerd ziet, zonder dat het u een droppel bloeds heeft gekost, en die er voor gezorgd heeft, dat geen enkele staat dat leger, als het in schandelijke vlucht terugtrekt, binnen zijn landpalen opneemt."
21. De gansche menigte juichte deze woorden toe en sloeg naar Gallisch gebruik de wapenen tegen elkander, wat zij plegen te doen, wanneer een redenaar bijval vindt. Vercingetorix, zoo heette het, was de grootste veldheer; aan zijn trouw viel niet te twijfelen; de oorlog kon niet naar een beter plan worden gevoerd. Men besloot nu, tien duizend man, uit alle troepen uitgelezen, in de stad te werpen en het algemeen welzijn niet aan de Biturigers alleen