nu volgens de wetten der Haeduërs hun staatsopperhoofd het land niet mag verlaten en hij niet den schijn wilde op zich laden, hun recht en wetten niet te achten, besloot hijzelf naar het land der Haeduërs te vertrekken, en riep den geheelen senaat en de beide strijdende partijen tot zich te Decetia (Decise). Bijna het gansche volk kwam daar bijeen, en Caesar werd overtuigd, dat Cotus door een minderheid, die te onwettiger plaats en tijd heimelijk was samengeroepen, door zijn broeder als gekozen was uitgeroepen, terwijl toch de wet verbood, dat twee leden derzelfde familie bij hun leven niet slechts tot overheidspersonen, maar zelfs tot senatoren werden gekozen. Caesar dwong daarom Cotus de macht neder te leggen, maar besliste tevens, dat Convictolitavis, wiens verkiezing overeenkomstig het gebruik bij ontstentenis der overheid, onder leiding der priesters had plaatsgehad, het oppergezag zou bekleeden.
34. Na deze beslissing maande Caesar de Haeduërs aan, hun twisten en tweespalt te vergeten en zich, met uitsluiting van al het andere, aan den tegenwoordigen oorlog te wijden; de verdiende belooningen na de onderwerping van Gallië konden zij van hem verwachten. Hij beval hun, hem hun gansche ruiterij en 10.000 man voetvolk zonder verwijl te zenden, om ze op verschillende punten tot bescherming van de proviand te verdeelen. Hierop deelde hij zijn leger in twee deelen: vier legioenen gaf hij Labienus, om er het gebied der Senonen en Parisiërs mee binnen te rukken; met zes legioenen rukte hijzelf op langs de Elaver (Allier) naar het land der Arverners tegen de stad Gergovia. Een deel der ruiterij behield hij voor zich, een ander deel gaf hij aan Labienus. Op het bericht daarvan liet Vercingetorix alle bruggen over die rivier afbreken en marcheerde langs den anderen oever der rivier.
35. Beide legers waren steeds in elkanders gezicht en