het beleg niet eerder te beginnen, voordat hij de verpleging had geregeld. Vercingetorix had zijn legerplaats dicht bij de stad opgeslagen, de troepen der enkele staten op matige afstanden van elkaar rondom zich opgesteld en alle hoogten van dien bergrug, waar men naar beneden kon zien, bezet, zoodat zijn stelling een ontzettenden aanblik bood. De hoofden der staten, die hij zich tot krijgsraden had gekozen, moesten dagelijks met het aanbreken van den ochtenstond zich bij hem vervoegen, voor het geval, dat hij met hen iets had te bespreken, of hun iets had op te dragen. En er ging haast geen dag voorbij, dat hij niet in een gevecht van ruiters, met boogschutters vermengd, den moed en de dapperheid der zijnen op de proef stelde. Vlak tegenover de stad, juist aan den voet van den berg, lag een uitstekend bevestigde en aan alle kanten steile heuvel; hadden de onzen dien in hun macht, dan geloofden zij den vijand het halen van water en het vrije fourageeren te kunnen beletten; het punt werd echter door den vijand, schoon met een niet te sterke post, bezet gehouden. Caesar trok nu in de stilte van den nacht uit zijn legerplaats, wierp de bezetting naar beneden, voordat men haar uit de stad te hulp kon komen, en nam zoo de plaats; vervolgens bezette hij haar met twee legioenen, en liet twee grachten, elke van twaalf voet breedte, van het groote legerkamp naar dit kleinere graven, zoodat zelfs enkele soldaten veilig voor een plotselingen vijandelijken aanval heen en weer konden gaan.
37. Terwijl dit voorviel bij Gergovia, hadden de Arverners den Haeduër Convictolitavis, wien Caesar, zooals wij hebben verhaald, de opperste staatsmacht had toegekend, met geld opgeruid. Hij stelde zich in verbinding met eenige jonge mannen, van wie Litaviccus en zijn broeders, jonge lieden uit een hooggeëerde en aanzienlijke familie, de voor-