Naar inhoud springen

Pagina:Caesar, Gallische oorlog (vert. Doesburg, 1894).pdf/222

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

den hoogsten rang had verheven. Beiden wedijverden met elkander om den voorrang en hadden in het boven vermelde geschil over het hoogste overheidsambt, met alle macht, de een voor Convictolitavis, de ander voor Cotus, gestreden. Van hen kreeg Eporedorix kennis van het plan van Litaviccus en berichtte het midden in den nacht aan Caesar, met de bede, niet te dulden, dat hun staat door de onzinnige aanslagen van jongelieden tot afval van Rome werd meegesleept, wat, zooals hij vooruit zag, gebeuren zou, wanneer eenmaal zoovele duizenden mannen zich met den vijand hadden vereenigd, wier lot hun bloedverwanten niet onverschillig konden aanzien, evenmin als de staat dat kon gering achten.

40. Door dit bericht werd Caesar met groote bekommering vervuld, omdat hij den staat der Haeduërs altijd in 't bijzonder zijn gunst had betoond. Zonder talmen brak hij alzoo met vier slagvaardige legioenen en de geheele ruiterij uit de legerplaats op. Onder zulke omstandigheden was er geen tijd om de legerplaats kleiner te maken, wijl alles van de snelheid der uitvoering afhing; ter verdediging der beide legerplaatsen liet hij den legaat Gajus Fabius met twee legioenen achter. Toen hij bevel had gegeven, om de broeders van Litaviccus te grijpen, hoorde hij, dat zij kort te voren tot den vijand waren overgegaan. Caesar vermaande zijn soldaten ernstig, in dezen onvermijdelijken, treurigen toestand niet mismoedig te worden door de moeielijkheden van den marsch, en daar allen vol ijver waren, kreeg hij, na een marsch van 25 mijlen het leger der Haeduërs in ' t gezicht. De ruiterij zond hij op hen af, waardoor hun de voortzetting van den marsch werd belet; hij vaardigde echter te gelijk het algemeene bevel uit, niemand te dooden. Eporedorix en Viridomarus, die de Haeduërs dood waanden, liet hij zich onder de ruiters bewegen en