Naar inhoud springen

Pagina:Caesar, Gallische oorlog (vert. Doesburg, 1894).pdf/225

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

de andere staten door gezantschappen op. Ofschoon Caesar dit doorzag, gaf hij hun gezanten een antwoord, zoo vreedzaam mogelijk: hij oordeelde om het onverstand en de lichtzinnigheid van den grooten hoop niet harder over hun staat en zijn welwillendheid jegens de Haeduërs verminderde er niet door. Daar hij echter verwachtte, dat de beweging in Gallië verder om zich zou grijpen, overlegde Caesar, hoe hij, om niet door alle staten ingesloten te worden, het beleg van Gergovia zou opbreken en zijn geheele leger weer vereenigen, zonder dat zijn aftocht, die zijn oorzaak vond in de vrees voor een algemeenen opstand, den schijn had van een vlucht.

44. Terwijl hij dit overlegde, scheen zich een gunstige gelegenheid aan hem voor te doen, een slag te slaan. Want toen hij eens de kleinere legerplaats bezocht, om de verdedigingswerken in oogenschouw te nemen, bemerkte hij, dat een heuvel, die tot dusver door de vijanden bezet werd gehouden, ontbloot was van troepen, ofschoon zij in vorige dagen door de massa troepen nauwelijks zichtbaar was. Dat verwonderde hem en hij vroeg de overloopers, die dagelijks in grooten getale tot hem kwamen, naar de oorzaak daarvan. Zij zeiden eenstemmig, wat Caesar reeds zelf door zijn verspieders wist, dat de rug van dezen bergketen haast vlak, maar met bosch bezet en smal was, daar, waar een weg tot het andere deel der stad toegang gaf. Wegens dit punt waren de vijanden zeer bezorgd en zij geloofden vast, dat zij, bij het verlies van dezen heuvel, daar reeds de eene heuvel door de Romeinen bezet was, bijna geheel ingesloten en van alle verbinding naar buiten en van fourageeren zouden zijn afgesneden. Daarom had Vercingetorix alle manschappen opontboden, om dezen post te verschansen.

45. Ten gevolge van dit bericht zond Caesar ongeveer