Naar inhoud springen

Pagina:Caesar, Gallische oorlog (vert. Doesburg, 1894).pdf/226

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

te middernacht eenige escadrons ruiters naar die plaats, met het bevel, daar overal met veel rumoer rond te zwerven. Bij het krieken van den dag liet hij een groote massa lastdieren en muilezels uit de legerplaats voeren, dezen de pakzadels afnemen en de muilezeldrijvers met helmen, zoodat zij er als ruiter uitzagen, opzitten en rondom de heuvels rijden. Eenige ruiters voegde hij hun toe, die, om door den vijand gezien te worden, hun zwerftochten verder voorwaarts moesten uitstrekken. Allen hadden het bevel, zich langs een grooten omweg naar hetzelfde punt te begeven. Dit zag men in de verte uit de stad, daar men van Gergovia uitzicht op de legerplaats had; doch de afstand was te groot, om uit te vorschen, wat het eigenlijk was. Eén legioen zond Caesar langs denzelfden bergrug (schijnbaar naar hetzelfde punt), doch liet het na een korten marsch onderweg in een inzinking van het terrein halt maken en zich verbergen in de bosschen. Dat versterkte de Galliërs in hun vermoeden en zij trokken al hun troepen op dat punt bijeen, om het te verschansen. Toen Caesar hun legerplaats van troepen verlaten zag, liet hij zijn soldaten in kleine afdeelingen, met bedekte onderscheidingsteekenen en verborgen vanen, om niet uit de stad gezien te worden, uit de groote legerplaats naar de kleine trekken, en gaf den legaten, die het commando voerden over de afzonderlijke legioenen, de noodige bevelen. In 't bijzonder vermaande hij hen, de soldaten bijeen te houden, opdat zij niet uit strijdlust of hoop op buit te ver vooruit gingen, wees op de moeilijkheden, die de ongunstige gesteldheid van het terrein bood, en die men alleen door snelheid kon uit den weg ruimen, en deed ten slotte uitkomen, dat het hier niet gold een slag te leveren, maar alleen, een gunstige gelegenheid te benutten, om den vijand te overrompelen. Na deze verklaringen gaf hij het teeken tot