den aanval en liet te gelijker tijd ter rechterzijde de Haeduërs langs een anderen weg den bergrug bestijgen.
46. De stadsmuur was van de vlakte en den voet van den heuvelrug in rechte lijn, zonder de kromming mee te rekenen, twaalfhonderd schreden verwijderd; door de ter vermindering der steilheid aangelegde omwegen, werd de lengte van den weg natuurlijk in dezelfde verhouding grooter. Op het midden van den heuvel ongeveer hadden de Galliërs een zes voet hoogen muur van groote steenen langs den bergrug, zooals de gesteldheid van den berg het meebracht, opgericht, om een aanval der onzen te stuiten. Verder hadden zij de geheele onderste helft van de berghelling onbezet gelaten, maar het hooger gelegen deel van den heuvel tot aan den stadsmuur dicht met hun legerplaatsen gevuld. Op het gegeven teeken bereikten onze soldaten snel die verschansing, gingen er over en maakten zich van drie legerplaatsen meester; het nemen daarvan geschiedde met zulk een snelheid, dat Teutomatus, de koning der Nitiobrogen, onverwacht in zijn tent bij zijn middagrust werd verrast, en halfnaakt op een gewond paard zich nauwelijks uit de handen der plunderende soldaten kon losrukken.
47. Daar Caesar aldus zijn doel had bereikt, liet hij den terugtocht blazen, en het tiende legioen, waarbij hij zich bevond, maakte dan ook terstond halt. Doch de soldaten der overige legioenen hoorden den klank der trompet niet, wijl er een nog al groot dal tusschen lag. Weliswaar trachtten de krijgstribunen en de legaten hen terug te houden, zooals Caesar had bevolen, maar medegesleept door de hoop op een snelle overwinning, door de vlucht der vijanden en het oorlogsgeluk van tot dusver geloofden zij, dat voor hun dapperheid niets onbereikbaar was. Zij staakten derhalve de vervolging niet eer, dan voordat zij