misleiden. Terzelfder tijd werd de centurio Lucius Fabius en zij, die met hem den muur hadden beklommen, overweldigd, neergehouwen en van den muur naar beneden geworpen. Marcus Petronius, een centurio van hetzelfde legioen, had een poging gedaan om de poort in te slaan, toen de overmacht hem overmande. Aan zijn leven wanhopende, daar hij reeds met vele wonden was overdekt, riep hij zijn manschappen, die hem gevolgd waren, toe: "Omdat ik mij en u te gelijk niet kan redden, wil ik minstens zorgen voor het leven van u, die ik, door begeerte naar roem verleid, in gevaar heb gebracht. Maakt gebruik van de gelegenheid en denkt aan uzelve." Te gelijk stortte hij zich te midden van de vijanden, stootte er twee neder en drong de overigen een weinig van de poort terug. Toen de zijnen hem trachtten te hulp te komen, riep hij uit: "Gij tracht tevergeefs mijn leven te redden; reeds stroomt mijn bloed weg en begeven mij de krachten. Gaat dus heen, nu ge nog kunt, en redt u naar uw legioen." Zoo viel hij kort daarna met het zwaard in de vuist en was de redder der zijnen.
51. Zoo werden de onzen op alle punten in 't nauw gebracht en eindelijk met verlies van 46 centurio's van de berghelling afgeworpen. De Galliërs zetten hen overmoedig na, doch werden door het tiende legioen, dat zich ter ondersteuning op een eenigszins effener terrein had opgesteld, opgehouden. Dit legioen werd dan wederom door de cohorten van het dertiende opgevolgd, die onder den legaat Titus Sextius uit de kleinere legerplaats opgemarcheerd waren en een hoogte hadden bezet. Zoodra de legioenen de vlakte hadden bereikt, maakten zij dadelijk weer front tegen den vijand. Vercingetorix voerde de zijnen van den voet van den heuvel binnen de verschansingen terug. Op dezen dag werden bijna 700 man vermist.