Naar inhoud springen

Pagina:Caesar, Gallische oorlog (vert. Doesburg, 1894).pdf/233

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

den, voor dezen oorlog in Italië en Spanje opgekocht, gezonden. Toen Eporedorix en Viridomarus daar waren gekomen, vernamen zij den stand van zaken in hun staat, dat namelijk Litaviccus door de Haeduërs in Bibracte, de aanzienlijkste stad van hun land, was opgenomen; dat het staatsopperhoofd Convictolitavis en een groot deel van den senaat daar tot hem was gekomen, en dat van staatswege gezanten naar Vercingetorix waren gezonden, om vrede en vriendschap met hem te sluiten. Een zoo gunstige gelegenheid meenden zij niet ongebruikt te mogen laten voorbijgaan. Zij doodden derhalve de bezetting van Noviodunum met al de Romeinsche kooplieden, verdeelden het geld en de paarden onder elkander, lieten de gijzelaars naar Bibracte tot het opperhoofd van den staat voeren, staken de stad, die naar hun oordeel niet houdbaar was, in brand, opdat zij den Romeinen niet van nut zou zijn, voerden het koorn, zooveel als maar in de haast mogelijk was, op schepen weg en vernietigden het overschot door water en vuur. Zijzelf brachten uit de naburige streken troepen bijeen, stelden posten en wachten aan de oevers van den Liger op en lieten, om schrik aan te jagen, de ruiterij zich overal vertoonen; misschien konden zij zoo den Romeinen den koorntoevoer afsnijden, of hen uit gebrek aan voedsel tot den aftocht naar de provincie noodzaken. In deze hoop werden zij niet weinig versterkt door de omstandigheid, dat de Liger door het smelten der sneeuw zoo was gezwollen, dat het volstrekt onmogelijk scheen, een zijner doorwaadbare plaatsen over te gaan.

56. Toen Caesar dit alles vernam, besloot hij zijn marsch te bespoedigen, om, voor 't geval dat het bij het leggen der bruggen tot een gevecht kwam, den slag te leveren, voor de vijand grootere troepenmassa's had samengetrokken. Want om met verandering van plan zich naar de