Naar inhoud springen

Pagina:Caesar, Gallische oorlog (vert. Doesburg, 1894).pdf/244

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

uiterste inspanning werd aan beide zijden gestreden. Onze manschappen geraakten in nood; Caesar zond hun de Germanen tot ondersteuning en stelde de legioenen voor de legerplaats op, opdat niet plotseling het vijandelijke voetvolk zich op onze ruiterij zou kunnen werpen. Door de ondersteuning van de legioenen wies de moed der onzen; de vijanden werden op de vlucht gedreven; zij waren zich zelf door hun groot aantal in den weg en hoopten zich op in de al te enge poorten, die men in den muur had gemaakt. Des te heviger zetten de Germanen de vervolging tot aan de schansen voort. Eene groote slachting had plaats. Sommigen lieten hun paarden in den steek en trachtten te voet door de gracht en over den muur te komen. Caesar liet nu de legioenen, die voor den legerwal stonden, een kleine voorwaartsche beweging maken. Daardoor geraakten de Galliërs binnen de verschansingen niet minder in verwarring. In de meening, dat de vijanden terstond aanrukten, riepen zij te wapen. Sommigen, geheel verschrikt, stormden de stad binnen. Vercingetorix liet de stadspoorten sluiten, om zijn legerplaats niet van verdedigers te ontblooten. Na vele vijanden gedood en een groot aantal paarden buit gemaakt te hebben, gingen de Germanen terug.

71. Vercingetorix nam hierop het besluit, nog voor de Romeinen hun insluitingslinie hadden voltooid, zijn geheele ruiterij 's nachts weg te zenden. Bij hun vertrek droeg hij hun op, zich naar hun staten te begeven en allen, die de wapenen konden dragen, tot den oorlog op te roepen. Hij schilderde hun zijn verdiensten te hunnen opzichte en bezwoer hen, ook van hun kant op zijn redding bedacht te zijn en hem, die zich bij uitstek verdienstelijk had gemaakt ten opzichte van aller vrijheid, niet aan den marteldood door 's vijands hand prijs te geven. Hij gaf hun te verstaan, dat gebrek