aan energie hunnerzijds niet alleen zijn ondergang, maar ook die van 80.000 man uitgezochte troepen ten gevolge zou hebben. Naar berekening had hij spaarzaam leeftocht voor dertig dagen, doch door zuinig ermee te zijn kon hij het nog wat langer uithouden. Met deze opdrachten zond hij de ruiterij weg, die omtrent de tweede nachtwake in alle stilte door een nog open gat in onze insluitingslinie aftrok. Daarop gaf hij bevel, al het koorn aan hem af te leveren, op straffe des doods voor de nalatigen. Het vee, dat de Mandubiërs in groote menigte hadden tezamengedreven, verdeelde hij onder zijn manschappen, hoofd voor hoofd; het koorn echter liet hij spaarzaam en bij korte termijnen toemeten. Alle troepen, die nog vóór de stad stonden opgesteld, trok hij daarbinnen terug. Door deze maatregelen stelde hij zich in staat, de hulptroepen uit Gallië af te wachten en den oorlog voort te zetten.
72. Toen Caesar hiervan door overloopers en krijgsgevangenen kennis kreeg, verschanste hij zich op de vol gende wijze. Hij liet een gracht graven van twintig voet breed met loodrechte wanden, zoodat zij op den bodem even breed was als boven. Al de andere verdedigingsliniën legde hij vierhonderd voet van de gracht verwijderd verder naar achteren aan. Dat deed hij daarom, om namelijk niet ― bij de ongehoorde uitbreiding, die de werken noodzakelijk moesten hebben en omdat de gansche linie niet gemakkelijk gelijkmatig en overal met troepen kon worden bezet — onverwachts, òf 's nachts in de schansen te worden overvallen, òf bij dag onze arbeiders aan de vijandelijke werpschichten bloot te stellen. Op dezen afstand van 400 voet alzoo liet hij twee grachten graven van vijftien voet breedte en van gelijke diepte; de binnenwaarts gelegen gracht, die door vlak en laag land liep, liet hij vol loopen met water uit de rivier. Achter deze grachten