Naar inhoud springen

Pagina:Caesar, Gallische oorlog (vert. Doesburg, 1894).pdf/248

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

van de grootte van het land een bepaald contingent op te leggen, opdat men niet, wanneer zulk een groote menigte was vereenigd, buiten staat zou zijn, de tucht en orde te handhaven, de eigen troepen te onderscheiden en rekening te houden met den toevoer van leeftocht. Den Haeduërs en hun vazalstaten. Segusiavers. Ambivareten. Brannovikische Aulerkers, gaven zij bevel 35.000 man te leveren; een gelijk getal legden zij op aan de Arverners tezamen met de Eleutetische Cadurkers,.Gabalers, Vellaviërs, die gewoonlijk het oppergezag der Arverners erkenden; den Sequaners, Biturigers, Santonen, Rutenen, Carnuten elk 12.000 man; den Bellovaken 10.000; evenzooveel aan de Lemovikers; ieder 8000 man moesten de Pictonen, Turonen, Parisiërs en Helvetiërs leveren; de Senonen, Ambianers, Mediomatrikers, Petrocoriërs, Nerviërs, Moriners, Nitiobrogen ieder 5000; de Cenomanische Aulerkers even zooveel; de Atrebaten 4000; de Veliocassers, de Lexoviërs en Eburovikische Aulerkers elk 3000; de Rauriciërs en de Bojers ieder 2000; de zeestaten aan den Oceaan, die zich volgens hun gewoonte Aremorikers noemen, en waartoe behooren de Curiosolieten, Redonen, Ambibariërs, Caleten, Osismiërs en Venellers, tezamen 30.000. Van dezen stelden alleen de Bellovakers hun contingent niet geheel, omdat zij, naar hun zeggen, op eigen hand en volgens eigen plan met de Romeinen zouden oorlog voeren en aan niemand wilden gehoorzamen; doch op verzoek van Commius zonden zij wegens hun gastvriendschap met hem 2000 man.

76. Deze Commius had, zooals wij vroeger hebben verhaald, in vorige jaren trouwe en nuttige diensten aan Caesar in Britannië bewezen. Daarvoor had Caesar zijn staat vrij van schatting verklaard, hem zijn oude staatsinstellingen teruggegeven en hem de Moriners als onderdanen toegewezen. Evenwel was de overeenstemming in geheel