lieden, die het terrein kenden, en lieten zich door hen van de ligging en de versterkingen der hooger gelegen legerplaatsen onderrichten. Aan de noordzijde was een heuvel, dien de onzen wegens zijn grooten omvang niet geheel in de linie hadden kunnen trekken; zij hadden nu uit noodzaak op een geheel en al ongunstig en zacht glooiend terrein de legerplaats aangelegd, die de legaten Gajus Antistius Reginus en Gajus Caninius Rebilus met twee legioenen bezet hielden. Nadat de vijandelijke aanvoerders door patrouilles de streek hadden laten verkennen, kozen zij uit het geheele leger 60.000 man van die staten uit, welke wegens hun dapperheid in grooten roep stonden; wat er geschieden moest en op welke wijze, stelden zij in 't geheim onder elkander vast. Ongeveer het middaguur bepaalden zij voor het tijdstip om den aanval te doen. Het bevel over deze troepen gaven zij aan den Arverner Vercassivellaunus, een der vier opperbevelhebbers en een verwant van Vercingetorix. Deze brak met de eerste nachtwake uit de legerplaats op, bereikte tegen het aanbreken van den dag nagenoeg het doel van zijn marsch, nam achter een berg een verdekte stelling in en liet toen de soldaten van de nachtelijke inspanning uitrusten. Toen de middag reeds blijkbaar naderde, rukte hij haastig op tegen de boven vermelde legerplaats, en terzelfder tijd naderde de ruiterij de verschansingen in de vlakte en vertoonden zich de overige troepen voor de legerplaats.
84. Toen Vercingetorix van den burcht van Alesia de zijnen zag, trok hij uit de stad en nam horden, stangen, schutdaken, muurhaken en alles, wat hij voor den uitval had doen gereed maken, mede. Op alle punten streed men te gelijk; niets bleef onbeproefd; waar ergens een zwak punt scheen te zijn, daar stormden de Galliërs in massa op los. De legermacht der Romeinen was wegens