teeken droeg. Caesars tegenwoordigheid bemerkten en de escadrons ruiters en de cohorten gewaar werden, die hem op zijn bevel waren gevolgd, daar zij van hun hooger gelegen stelling slechts de hellingen en inzinkingen aan dezen kant overzagen, begonnen zij het gevecht. Aan beide kanten werd een krijgsgeschreeuw aangeheven, dat weder van den wal en van alle verschansingen uit beantwoord werd. De onzen drongen zonder de werpspiesen te gebruiken met het zwaard voorwaarts. Plotseling verscheen in den rug der Galliërs onze ruiterij en andere cohorten naderden evenzeer. De vijanden sloegen op de vlucht; de ruiterij wierp zich den vluchtenden in den weg en richtte eene groote slachting onder hen aan. Sedulius, de aanvoerder en vorst der Lemovikers, viel; Vercassivellaunus de Arverner werd op de vlucht gevangen genomen; vier en zeventig veldteekenen werden Caesar gebracht; weinigen van het vijandelijke leger kwamen ongedeerd in de legerplaats terug. Toen de belegerden de nederlaag en de vlucht der hunnen zagen, gaven zij zich verloren en trokken hun troepen van de verschansingen terug. Op het bericht van de nederlaag begon terstond in de legerplaats der Galliërs een algemeene vlucht. Waren onze soldaten door het onophoudelijk heen en weer trekken tot het verleenen van hulp en door de inspanning van den ganschen dag niet vermoeid geweest, dan had men de gansche strijdmacht der vijanden kunnen vernietigen. Tegen middernacht haalde de ruiterij de achterhoede in, maakte veel gevangenen en hieuw velen neer; de overigen verstrooiden zich onmiddellijk na de vlucht en gingen naar hun staten.
89. Den volgenden dag riep Vercingétorix een algemeene vergadering bijeen en verklaarde, dat hij niet om zijn eigen voordeel, maar ter wille van de algemeene vrijheid dezen oorlog had begonnen, en omdat men zich nu aan het