Naar inhoud springen

Pagina:Caesar, Gallische oorlog (vert. Doesburg, 1894).pdf/268

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

dan zijzelve verlangd hadden.[1] Op deze wijze rukte Caesar met zijn leger, haast als een vierhoek opgesteld, in de nabijheid der vijanden, eer deze het vermoedden.

9. Toen zij de legioenen als in slagorde en in gelijken stap plotseling zagen naderen, stelden de Galliërs, wier van zelfvertrouwen getuigende plannen Caesar bekend waren, hetzij wegens het met een beslissenden slag verbonden gevaar, hetzij verrast door onze aankomst, hetzij om af te wachten, wat wij zouden doen, hun troepen vóór de legerplaats op, zonder hun hooger gelegen stelling te verlaten. Weliswaar had Caesar den kamp gewenscht, maar zulk een groote vijandelijke overmacht nam hij met verbazing waar, en hij sloeg daarom zijn legerplaats op in de onmiddellijke nabijheid der vijanden. Een meer diep gelegen dan breed dal scheidde de beide legerplaatsen. Caesar liet nu om zijn legerplaats een wal van twaalf voet hoog opwerpen en daarop, in verhouding tot zijne grootte, een aarden borstwering plaatsen, verder twee grachten van vijftien voet breedte met loodrechte wanden graven, eindelijk op vele plaatsen torens van drie verdiepingen oprichten en die met elkander verbinden door bedekte bruggen, welker frontzijden met eene kleine borstwering van vlechtwerk werden voorzien. Zoo werd het legerkamp tegen den vijand door eene dubbele gracht en een dubbele rij verdedigers beschermd, waarvan de eene op de bruggen, hoe veiliger zij was door de hoogte, des te moediger en des te verder de werpspiesen slingerde, de andere, die op den wal zelf dichter bij den vijand stond, door de brug tegen de van boven komende werptuigen werd ge-

  1. Omdat de legertrein tusschen de legioenen ging, kon de vijand het elfde legioen niet gewaar worden. Hij zag dus slechts drie legioenen.