Naar inhoud springen

Pagina:Caesar, Gallische oorlog (vert. Doesburg, 1894).pdf/269

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

dekt. Aan de poorten liet Caesar vleugeldeuren en nog hoogere torens aanbrengen. Deze verschansing had tweeërlei doel.

10. Eenerzijds hoopte hij, dat de Galliërs de grootte dezer werken voor een teeken van vrees zouden houden en daardoor nog meer zelfvertrouwen zouden krijgen; anderdeels zag hij, dat de legerplaats, zelfs bij eene zwakke bezetting, door haar eigen versterking kon worden beschermd, terwijl men genoodzaakt was op grooteren afstand ervan te fourageeren. Ondertusschen kwam het herhaaldelijk tusschen enkelen van beide partijen, die uit de legerplaats rukten, tot een schermutseling aan het moeras, dat tusschen de beide legerplaatsen lag. Doch soms gingen òf onze Gallische en Germaansche hulptroepen dit moeras over en zetten den vijand heftig na, òf de vijanden van hun kant kwamen er over en drongen de onzen ver terug. Het gebeurde ook wel bij de dagelijksche fourageeringen, wat onmogelijk kon uitblijven, daar men de fourage uit de ver uit een en verstrooid liggende hoeven moest bijeen zoeken, dat op moeielijk toegankelijke plaatsen enkele manschappen werden overweldigd. Het was maar een onbeduidend verlies aan paarden en slaven, doch het versterkte de barbaren in hun dwaze voorstellingen, en des te meer, omdat Commius, die, als verhaald is, vertrokken was om hulptroepen van de Germanen te halen, met ruiters was teruggekeerd. Deze ruiterij telde weliswaar niet meer dan 500 man, maar toch gevoelden de barbaren zich door de aankomst der Germanen buitengewoon gesterkt.

11. Zoo hield de vijand zich geruimen tijd binnen zijn door het moeras en door haar eigen ligging veilige legerplaats. Daar Caesar wel inzag, dat dit legerkamp niet zonder een gevaarlijken strijd kon worden aangegrepen, maar ook niet