Naar inhoud springen

Pagina:Caesar, Gallische oorlog (vert. Doesburg, 1894).pdf/270

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

zonder versterking kon worden ingesloten, zond hij aan Trebonius schriftelijk bevel, om zoo snel mogelijk het dertiende legioen, dat onder den legaat Titus Sextius in het gebied der Biturigers zijn winterkwartier had, te ontbieden en zoo met drie legioenen in ijlmarschen tot hem te komen. In dien tusschentijd gaf hij de in talrijken getale opgeroepen ruiterij der Remers, Lingonen en der overige stammen bij afwisseling mede ter bescherming van de fourageeringen, om plotselinge aanvallen der vijanden af te weren.

12. Daar dit dagelijks geschiedde, en men reeds door de gewoonte, zooals in de lengte van tijd pleegt te geschieden, minder voorzichtig werd, legden de Bellovaken, na de dagelijksche opstellingen onzer ruiters nauwkeurig te hebben leeren kennen, in een boschrijke streek een uitgelezen afdeeling voetvolk in hinderlaag. Daags daarop zonden zij de ruiterij in die zelfde richting, om de onzen eerst uit te lokken en dan van alle zijden aan te vallen. Dit ongelukslot trof de Remers, die op dezen dag den dienst hadden. Want toen zij plotseling de vijandelijke ruiterij bemerkten en in hun overmacht het kleine aantal geringachtten, zetten zij die al te hartstochtelijk na en werden door het voetvolk van alle kanten ingesloten. Daardoor geheel in verwarring gebracht, gingen zij sneller dan anders wel bij ruitergevechten pleegt te geschieden, terug, maar verloren daarbij hun vorst en ruiteroverste Vertiscus, die weliswaar wegens zijn hoogen leeftijd nauwelijks meer te paard kon zitten, maar niettemin, naar de gewoonte der Galliërs, noch een verontschuldiging had gezocht in zijn leeftijd, om het opperbevel te weigeren, noch gewild had, dat er zonder zijne persoonlijke deelneming werd gestreden. De opgeblazenheid en de overmoed der Galliërs stegen door dit wapengeluk en den